Bike

Hoera, Bhuvanesh is bezoek! En ze heeft ook nog eens mijn fiets meegenomen uit Singapore. Wie is Bhuvanesh, vragen jullie je nu af? Dat ga ik allemaal nog wel eens uitleggen, nu eerst het verhaal van de fiets.

In Singapore had ik een top vehikel gekocht, kostend een slordige 2500 SD. In Thai klinkt dat nog net wat indrukwekkender: 60,000 Baht. Maar dat moet ik hier niet al te hard roepen, het wekt zelfs bij Kesaya verontwaardiging op. In elk geval, het is een erg stoer ding, en robuust ook, hopelijk genoeg om mijn notoire pech met fietsen te weerstaan.

Ik had het ding tijdens mijn overkomst niet mee weten te krijgen, had tenslotte al 120 kg aan bagage bij me zoals jullie hier kunnen zien. Gelukkig bleek Boef bereid het ding te komen brengen. En ze moest toch op vakantie. Een heel gedoe met dozen en fiets uit elkaar halen en vervoer, maar het is haar gelukt. Heb het apparaat hier met grote blijdschap in ontvangst genomen en met evenveel succes weten te reassembleren.
Er ontvouwde zich een cunnin’ plan: een fietstocht rond het eiland. Boef en ik samen. Dat klinkt ambitieus maar is het niet. Over de hoofdweg is het 54 km, met de detour die ik in gedachten had iets van 75. En ons plan was waterdicht: ’s ochtend om 8 uur zou Boef met Kesaya op de scooter naar haar hotel in Lamai gaan om daar een fiets huren, terwijl ik ze op mijn fiets achterna zou komen. Zo hadden we dan het lastigste, bergachtige stuk tussen ons huis en het hotel al gehad. En het gaf ons 9 uur de tijd voor het resterende, veel vlakkere stuk. Appeltje, eitje, je kent het wel.

Het liep allemaal een beetje anders. Het zaad der mislukking werd reeds de vorige avond gezaaid. “Even een paar potjes poolen” liep uit op een drankgelag tot in de kleine uurtjes. Nog steeds vastbesloten om de tocht te volbrengen, kwam ik toch nog op tijd mijn bed uit. Boef was een ander verhaal. Heb in haar oor geschreeuwd, haar door elkaar geschud, airco uitgezet; het hielp allemaal geen fuck. Comateus. Dan maar een paar uurtjes wachten en uitkateren.
Het werd uiteindelijk 12 uur voor we op weg konden. Ik zette Boef op de motortaxi naar Kesaya’s hotel en ving zelf de tocht per fiets aan. Dat viel redelijk tegen. 33 graden bleek niet de ideale temperatuur om met een kater een paar hellingen te bedwingen. Tel daarbij op het erratische rijgedrag van mijn medeweggebruikers en het gebrek aan een klein verzet, en het mag een klein wonder genoemd worden dat ik in een stief kwartiertje de 5 km heb weten te overbruggen. Maar wel met resultaat dat ik compleet gaar was toen ik bij het hotel aankwam. Een half uurtje uitgerust bij het zwembad, wat ons schema ook niet echt ten goede kwam. Om 1 uur konden we dan eindelijk echt op weg, 4 uur later dan gepland.

We hadden nog 5 uur te gaan voor het donker werd. 15 km per uur, dat moest nog steeds te doen zijn. We wilden echter ook nog wat dingen zien, dus hebben we eerst een stop gemaakt bij de tempel van de mummie monnik. Ga ik later over vertellen. Na afloop werden we door een geldbeluste levende monnik met goed geluk gezegend, waarna het allemaal pas echt goed mis ging.
Het begon met een paar druppeltjes. Op zich vreemd, er was namelijk geen wolkje aan de hemel. Louter stralend blauwe lucht. Dus wij verder fietsen. Maar het werd erger en erger. Half uurtje geschuild, en intussen kwam de regen met bakken uit de nog immer stralend blauwe lucht vallen. We besloten dat dit technisch gezien niet mogelijk hoort te zijn en dat we het daarom maar het beste konden negeren. Verder gefietst dus. Ik wist dat er verderop wat restaurantjes zouden komen, waar we verder konden schuilen en lunchen. Niet dus. Allemaal gesloten. Met knorrende maag en doorweekte kleren verder gebikkeld. Was op zich niet eens vervelend; het was onverminderd warm, de weg was helemaal leeg en het was gezellig. Toen we eindelijk een restaurantje vonden, hield de regen abrupt op. Het was intussen al drie uur.

Even later passeerden we Samui’s snake and scorpion farm. Boef deelt mijn passie voor kruipende griezels en hier konden we echt niet voorbij rijden. Ook van dit bezoek zal later uitgebreide melding worden gemaakt. Om vier uur reden we weer verder. De regen was gelukkig verdwenen, maar hetzelfde kon gezegd worden van Boef’s energie. Toen we even later de hoofdweg weer opreden, hadden we nog anderhalf uur voor 45 km. Terug naar het hotel dus. Episch gefaald.
Op de terugweg beklommen we nog een hele lange, vrij steile heuvel, met een zeer geniepig vals plat. Boef was compleet stuk maar werd beloond met de beste afdaling ooit. Volledig recht, goed wegdek, en meer dan een volle kilometer lang. Erg tof. Zo reden we ondanks alles vrij opgetogen Lamai weer binnen. Nog twee kilometertjes naar het hotel, alwaar ons een welverdiende massage wachtte.

Het bleek ons echter niet gegund. Op de drukke hoofdweg van Lamai werd ik door een niet oplettende klootzak naar de rand van de weg gedreven. Op zich geen probleem, ware het niet dat ik zo gedwongen werd over een rooster heen te rijden. Ook dat is op zich geen probleem, aangezien die dingen altijd met hun spijlen in de breedterichting van de weg liggen. Maar jullie raden het al. Het lot bepaalde dat uitgerekend hier zich de uitzondering op de regel bevond. En ik ging er vol overheen. Mijn voorwiel beukte in een richel en mijn achterwiel schoot omhoog. Zelf werd ik voorover geworpen zodat mijn kruis pijnlijk kennis maakte met de stang. Gelukkig wist op wonderbaarlijke wijze met mijn ellebogen aan het stuur overeind te blijven en de fiets uit het rooster te trekken. Een paar meter later kwam ik redelijk ongedeerd tot stilstand. Wilde eigenlijk direct achter de auto aan om verhaal te halen, maar dat bleek zinloos. Mijn voorband was compleet stuk.

Boef was behoorlijk geshockeerd. Ze fietste er vlak achter en zei dat het leek alsof ik kopje over zou gaan. En ja, ik ben er eigenlijk enorm goed vanaf gekomen. Zelfs als ik alleen maar zijwaarts was gevallen had het nog desastreus kunnen aflopen met al dat voorbijrazende verkeer. Nu had ik slechts wat schaafwonden op mijn armen en een geschonden kruis. In elk geval, er zat niets anders op dan de laatste twee kilometer te lopen. In het donker intussen, langs die onverminderd drukke kutweg.

En dat was dus alweer het einde van mijn fietsavonturen hier. Voorlopig dan. De kans om op Samui precies de binnenband van mijn obscure fiets te vinden is nihil. Zal hem uit Singapore per post moeten laten overkomen. Als dat nog gaat lukken, ga ik in elk geval nog een poging wagen om het eiland rond te fietsen. Maar dan alleen. En zonder kater. Ik weet alleen niet wat ik tegen verkeerd gelegde roosters moet beginnen. Ik heb er sindsdien speciaal op gelet. Van alle honderden roosters in de weg, ligt echt alleen die ene in lengterichting … Moet misschien toch eens wat meer aan mijn karma gaan werken.

Advertenties

3 Reacties op “Bike

  1. Okee, je hebt me overtuigd.. je moet inderdaad gewoon lekker aan dat zwembad blijven liggen!

  2. Leon, ik wil niet vervelend overkomen, maar dit heb ik ok al eens meegemaakt, alleen ging ik toen wel over de kop. Mijn voorwiel bleef steken in een tramrails, nota bene midden in de heuvels van de Pyreneen, 50 km van de bewoonde wereld. Na enig gespaak van mijn ontzette wiel toch nog verder kunnen rijden naar Pau, alwaar ikzelf wat nieuwe spaken heb aangebracht. Ja,ja, ik heb het maar steeds over mezelf, maar dat doe jij toch ook?

  3. Geeft niet hoor Gerard 🙂 Vind het allang leuk dat je reageert!

    Maar eh … trams in de Pyreneen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s