Maandelijks archief: juni 2010

Superieur

Het wordt nooit meer wat met Engeland. Qua voetbal dan, op andere vlakken mogen ze me verrassen. Twee redenen waarom niet:
1. Een schromelijk gebrek aan zelfreflectie.
2. De niet aflatende druk van de media.
Laat ik dit met een voorbeeld illustreren. Woensdag kwam ik terug van een vergadering in Parijs. Ik reisde met de trein, die vertrok net nadat Engeland en Slovenie hadden afgetrapt voor de allesbepalende wedstrijd in hun groep. Ik las wat Engelse kranten in de vertrek lounge: zonder uitzondering hadden ze het over hoe moeilijk de wedstrijd van deze generatie ging worden, het maak of breek moment voor deze ploeg, de afgang die de volgevreten millionairs mogelijk ging leiden, de schande die een uitschakeling met zich mee zou brengen, kortom: er was weinig goeds te melden over de drie leeuwen.
Dit alles bleek te kunnen veranderen in de korte tijd die het kostte de Kanaaltunnel door te rijden. Weer aan de oppervlakte gekomen, had Engeland de 1-0 gemaakt en ging dientegevolge met de hakken over de sloot door naar de volgende ronde. Wat was het commentaar op de TV, de avondkranten en het internet? Engeland was een ploeg waar de andere landen bang voor waren, met de beste spelers ter wereld en de finale was een formaliteit. Moeten we tegen Duitsland nu? Geen probleem, zo zei een commentator op Sky TV: “We are superior to them!”

En dat was 5 dagen voor de wedstrijd. In de dagen ertussen in vond een bombardement aan propaganda plaats, waarin een beeld werd geschetst dat de hele wereld sidderde voor de kracht van Rooney en de zijnen. Een krant kopte in chocoladeletters: “De Duitsers staan op breken!”. Een andere krant wist te melden, uit ongetwijfeld betrouwbare bron, dat die Mannschaft het in de broek deed voor de Engelse voetbalmachine. Terwijl de Duitsers zelf zoiets hadden van “Ach so, wir sollen die Englesen treffen. Das hat ja slechter gekonnt!”, dachten ze op dit eiland serieus dat ze even over hun grootste Angstgegner gingen walsen. Ik chargeer niet: er was geen tegengeluid te horen. Er werd zelfs een DVD-tje uitgebracht van de 5-1 die Engeland ooit  in een grijs verleden wist te bewerkstelligen tegen de Duitsers in een kwalificatiewedstrijd voor een WK. Tsja. Als je a-la feijneoord DVD-tjes gaat uitbrengen, dan vraag je om moeilijkheden natuurlijk.

En inderdaad. Vandaag zette Kesaya me af bij een cafe in Soho en ging zelf winkelen. Ik keek de wedstrijd tussen een hondertal opgetogen Engelse heren en dames, stuk voor stuk er vol van overtuigd wie dit veredelde oefenpartijtje ging winnen.
Ik zelf besloot een lichte voorkeur voor Engeland te hebben. Goed, ik kan dat team vol over het paard getilde idioten als Rooney en Lampard niet uitstaan, maar ik woon hier nu eenmaal en ik gun die arme Engelsen van alles. Het mocht echter niet zo zijn. Uitgemaakte zaak, zelfs als dat ene doelpunt van Engeland wel had geteld. Het is jammer maar helaas, maar Duitsland staat weer erg goed te ballen.

Ter besluit klim ik nog even op mijn sceptische zeepkistje. In de pauze lieten ze het kop-doelpunt van Upson nog eens zien. Een vrij onhandig doelpunt, als ik zo vrij mag zijn, maar de commentatoren vonden het natuurlijk een Godsmirakel. Getuige de uitspraak, tijdens de slow-motion beelden van een opspringende Upson: “You can see how he makes sure to stay in the air as long as possible to get the ball”.
Maar natuurlijk! De Engelsen kunnen dan misschien niet van de Duitsers winnen, maar de zwaartekracht hebben ze in hun zak! Zo superieur zijn ze dan ook wel weer!

Zeg pap …

… zo moeilijk is het allemaal toch niet?

Nou ja, volgende keer beter he? (Sukkel …)

Sir Hof the brave ran away, away

Ik ben altijd in voor een avontuurtje, maar een paar nachtjes in een Abu Dhabi cel is toch niet helemaal mijn ding. Dus toen er eergisteren een werk inspectie van de overheid werd aangekondigd, leek het me beter een dagje niet op kantoor te verschijnen. Ik zit hier immers op een toeristen visum en dan mag je niet werken. Mijn bedrijf is nogal laks in die dingen en denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar ik vraag me af of de altijd flexibele Arabieren daar hetzelfde over denken … ze doen zo’n inspectie niet voor niets tenslotte.

Vandaag leek de kust weer veilig, dus ik zat daarnet rustig wat te tikken achter mijn bureau, toen onze Indiase administrateur binnenkwam en wat woorden mompelde. Na ettelijke herhalingen verstonden we eindelijk wat hij zei: “Better leave. Labour inspection” (Jullie beter gaan. Werk inspectie).
Bedankt, zeiden wij, maar wanneer komen ze dan? Oh, ze zijn er nu. Ze zijn op de bovenste verdieping begonnen. Okay dan! Ehrm, ja … Maar gaan dan. Samen met een andere kerel die in dezelfde situatie zit, verlieten we haastig het pand, als kleine schuldbewuste kinderen die op het punt staan betrapt te worden een snoepje te stelen.

Een nipte ontsnapping voor onze niet-zo-dappere ingenieurtjes. Tsja. Het was vast heel interessant geweest om te zien wat er zou zijn gebeurd, vanuit een intercultureel perspectief gezien dan, maar ik breng mijn avonden toch liever in mijn hotelkamer door dan in een cel.

Een gedachte achteraf: zouden werknemers van pak-em-beet Shell of BP dat nou ook wel eens hebben, dat je ineens met de staart tussen je benen je kantoor moet verlaten? Ik heb het vage vermoeden van niet …