Maandelijks archief: november 2010

Het wordt eentonig

Wie kent er een goede duiveluitdrijver? Nee, niet voor Micah, our little-devil-with-the-angel-eyes moet vooral zo blijven als  hij is. Het is voor Kesaya en mij. Zal ik even de oogst van de laatste week doorgeven?

– Ik lig nu op de bank met een vrij heftige voedselvergiftiging. Heb me niet meer zo slecht gevoeld sinds mijn dagen in India. Toch apart hoe creatief voedsel kan zijn met lichaamsopeningen vinden om door uitgestoten te worden. Elk half uur weer een nieuwe verrassing welke het dit weer wordt.
– Kreeg berichtje vanuit Nederland dat er iets goed mis is met mijn bankrekening daar. Of ik heb in de afgelopen jaren een werkelijke bizarre berg uitgegeven aan … euh … niks, of iemand anders heeft dat voor mij gedaan. Hoe vriendelijk.
– Heb voor het eerst van mijn leven aandelen gekoch. Over de telefoon. Voor een substantieeel bedrag. In Groene Energie. Is dat dom? Vast wel. Het aandeel dropte de dag erop 19 procent, de grootste koers val in de geschiedenis van dat bedrijf.
– Werkelijk al mijn collegas en vrienden hier, ook diegenen die nog geen voetbal van een hockeystick kunnen onderscheiden, wilden weten of die bijtende idioot die op elke kanaal te zien was inderdaad bij mijn geliefde clubje speelt. En of dat nou echt pijn doet, met 4-0van een stelletje valsspelers verliezen.
– Kreeg een vrij naar telefoontje van het ziekenhuis waar Kesaya onder behandeling staat. De verzekering weigert te betalen. Spoedopname is voor eigen rekening, de geplande operatie ook. Krijg wel korting omdat ze het ook een beetje sneu vonden. Tot zover de geloofwaardigheid van mijn bedrijf, die me in het contract “An equivalent to the UK medical insurance for you and your family” aan bood.

We moeten ons nu beraden op wat te doen. Misschien maar gewoon betalen en dan dit hele onfortuinlijke verhaal zo spoedig mogelijk vergeten. Terug naar Thailand en daar de operatie laten doen behoort ook tot de mogelijkheden. Mijn bedrijf dwingen een betere verzekering af te sluiten kan ook, maar dat gaat ten eerste nog maanden duren en ten tweede gaan ze daar toch in falen. Mijn GM kan niet eens een naam spellen, dus die hoop is ijdel.

Tsja. Heb ik nog wat leuks te melden? Ben bang van niet. Maar misschien dat ik tijdens de eerstvolgende doorspoelsessie op het toilet nog iets kan bedenken …

LOL @ Google Translate

Dikke ROFLMAO deze ochtend. Ik kreeg een berichtje van een Engelse vriend die had geprobeerd mijn blog te lezen via Google Translate. Mijn laatste post over onbevangenheid en Micah raakte hem zeer, maar hij dacht de ware essentie niet helemaal te kunnen doorgronden vanwege de gebrekkige vertaling.

Benieuwd naar wat een vertaling van mijn zinsgedrochten zou kunnen opleveren, deed ik de test mijzelf. Op zich viel het nog best mee; sommige zinnen komen er heel aardig uit. En dat sommige stukken resulteren in pure onzin kan ik ook nog wel begrijpen als je woorden gebruikt als weggeteerd (“Deteled Teerds”) en gierende gedachten (“My thoughts on all things vultures”). Maar dit volgende stukje moet toch wel laughing, vultures, roaring zijn geweest voor mijn Engelse vriend. Het origineel:

“Natuurlijk, Micah heeft makkelijk brabbelen. Die hoeft geen visa te regelen, of met stompzinnige idioten te onderhandelen, of werk binnen te slepen voor de baas.”

En dit werd:

“Of course, Micah has easy babble. He does not arrange visas or with mindless idiots to negotiate, or work in drag for the boss.”

Ik zal dat even terugvertalen voor de mensen die wat minder bekend zijn met de kleurrijke kanten van de Engelse taal:

” Natuurlijk, Micah heeft makkelijk babbelen. Hij regelt geen visa of met stompzinnige idioten te onderhandelen, of werkt in vrouwenkleren voor de baas.”

Misschien snappen mensen nu waarom ik het hier niet zo naar mijn zin heb …

Hof doet stichtelijk

Het is Zondag, dus tijd voor een stichtelijk verhaal. Vandaag zal ik de kansel beklimmen teneinde Uw voorganger te zijn. De Schriftlezing is van The National, album “Boxer”, vers “Racing Like a Pro“. Geniet U even met mij mee?

You’re pink you’re young you’re middle-class
they say it doesn’t matter
fifteen blue shirts and womanly hands
you’re shooting up the ladder

Your mind is racing like a pro, now
oh my god it doesn’t mean a lot to you
one time you were a glowing young ruffian
oh my god it was a million years ago

Sometimes you get up and bake a cake or something
sometimes you stay in bed
sometimes you go la di da di da di da da
til your eyes roll back into your head

Your mind is racing like a pro, now
oh my god it doesn’t mean a lot to you
one time you were a glowing young ruffian
oh my god it was a million years ago

you’re dumbstruck baby
you’re dumbstruck baby now you know
you’re dumbstruck baby
you’re dumbstruck baby now you know

Mensen vragen mij wel eens: maar Hof, wat betekent dat nou? En dan kan ik dat braaf gaan zitten vertalen, maar ik kan er ook een mooi verhaal van maken. Luister.

Laatst was ik met Micah aan het spelen, althans, Micah rende het huis rond en ik sjokte er achteraan, en het trof me hoe schitterend enthousiast mijn knaapje over alles is. Poes aan zijn staart trekken, miertjes achtervolgen, mama’s schoen verstoppen, papa’s telefoon mollen; alles is mooi en prachtig. Elke minuut worden nieuwe leuke dingen ontdekt, en dat wordt dan vervolgens met grote vragende ogen onderzocht. Maar niet te lang, want hop we moeten weer verder rennen, naar iets nieuws dat bekeken, gelikt of gegooid moet worden.
En daar slofte ik dan achteraaan, met mijn bierbuikje en energieniveau van een drietenige luiaard, en ik vroeg me af wat er in hemelsnaam is mis gegaan. Ik bedoel, niet met het feit dat ik nu acher Micah moet aanrennen, maar wat is er met MIJN verwondering gebeurd? Het is weg, al jaren! Waar is die vonk van expressie, dat enthousiasme als je op het punt staat iets nieuws te ondergaan, dat heilige vuur om buiten de platgebaande banen te treden? Weggeteerd is het, geerodeerd door de jarenlange focus op maatschappelijk slagen en carrierebejag. De schoonheid in de kleine dingen zie ik allang niet meer, mijn verwondering is op stoicijnse wijze platgebeukt door de sleur van de dag. Ik ben niet ongelukkig hoor, in tegendeel zelfs, maar dat gevoel dat alles nog te ontdekken valt, dat is kwijt en dat vormt een dierbaar gemis.  


Natuurlijk, Micah heeft makkelijk brabbelen. Die hoeft geen visa te regelen, of met stompzinnige idioten te onderhandelen, of werk binnen te slepen voor de baas. Maar toch, een compromis moet toch mogelijk zijn? Het is immers maar tien jaar geleden dat ik zelf nog heerlijk onbezonnen was, deed wat ik wilde en de volgende dag? Dat zag ik dan wel weer. Dat leverde me bepaald geen applaus op maar man, wat stond ik toen toch heerlijk onbevangen in het leven! Nu sta ik ’s ochtends op en mijn gedachten gieren naar alle dingen die de komende dag moeten worden geregeld. Voor werk, voor prive, voor familie, voor alles. Ik ga naar werk, kom weer thuis en ga weer slapen met een constant galloperend brein. Ik moet weer terug naar de state of mind waarin ik 20 keer naar hetzelfde liedje kon luisteren. Of een uur lang naar een schilderij kon zitten staren. Of in een bos gaan zitten en dan nadenken over een boom. Of elk artikel in de krant uitspitten. Of wat dan ook, als het maar weer enthousiasme teweeg brengt.  


Eigenlijk moet ik dus bij Micah in de leer. En vaak naar The National luisteren. Want dit is precies waar dat schitterende nummer bovenaan over gaat. Ik hoef geen “ruffian” meer te worden zoals vroeger, maar een beetje meer lol in wat ik doe en wat minder erover peinzen zou mooi zijn. Werk doen dat ik leuk vind en waar ik trots op kan zijn. Bovendien ergens leven waar ik me prettig voel.
En daarom ga ik dus een nieuwe stap zetten. Een stap terug welteverstaan. Wat ik bedoel? Wel, hopelijk kunnen jullie snel mijn gepreek weer van dichtbij aanhoren …

Bladiebladieblah

Vandaag ga ik gewoon eens lekker weg ouwehoeren. In tegenstelling tot mijn normale berichten, waarin ik … eh … euh … wat voor me uit blaat. Dus als jullie aan het eind van mijn verhaal zoiets hebben van “Maar Hof, ik heb hier helemaal niets van opgestoken!”, dan niet zeuren want jullie zijn gewaarschuwd. Bij deze.

Waar te beginnen? Er is een hoop gebeurd dat het vermelden waard is, maar het meeste is meer van de gebruikelijke narigheid. En ik had me nou juist zo voorgenomen jullie daar niet meer mee lastig te vallen. Het is soms ook lastig om te kiezen wat ik wel en niet op mijn blog wil zetten. Sommige dingen wil ik van me af schrijven, maar het moet ook niet lijken alsof ik met de ellende koketteer. En zeker als de narigheid anderen betreft, past misschien wat discretie. Nou ja, laat ik maar gewoon gaan tikken, dan zien we wel waar we uitkomen. Maar ik beloof alvast: aan het eind gooi ik er wat spanning en sensatie tegenaan!

Natuurrampen, het valt tegenwoordig haast niet meer bij te houden. Ik vraag me vaak af of er de laatste tijd inderdaad meer overstromingen, modderstromen, droogtes, aardbevingen en andere ellende voorkomen of dat dat maar zo lijkt. Bijvoorbeeld door de grotere aandacht van de media en de steeds lagere acceptatiegraad van risico die we hanteren. Want zeg nou zelf, de mensheid heeft het steeds beter, we leven langer en gezonder, we hebben vrije tijd en geld en kunnen gaan en staan waar we willen. Natuurlijk, grote delen van de wereld zijn nog steeds een stuk slechter af dan wij in het Westen, maar het Grote Lijden van vroeger wordt steeds meer en meer teruggedrongen. Ik durf gerust de stelling aan dat de mensheid als geheel het nog nooit zo goed heeft gehad, en dat zelfs arme gemeenschappen in ontwikkelingslanden het netto beter hebben dan de gemiddelde slaaf of horige in de Middeleeuwen. Maar daar mag over gediscusieerd worden, graag zelfs.
Mijn punt is echter dat we door deze steeds betere omstandigheden steeds minder gevaar en risico accepteren. Elk menselijk leed wordt tegenwoordig onder een vergrootglas gelegd, zowel op de persoonlijke schaal (ziektes) als op grote schaal (natuurrampen dus). Nou kan ik me dat prima voorstellen waar het lijden te verkomen valt, bijvoorbeeld als het door menselijk handelen wordt veroorzaakt. Het is en blijft onacceptabel dat onschuldige mensen de dood vinden door oorlogen over grond of olie. Ziekte door vervuiling of gebrek aan medische zorg en inentingen horen natuurlijk niet meer voor te komen in deze tijd. Maar de mensheid lijkt het meer dan ooit tevoren onacceptabel te vinden dat we lijden door willekeurige oorzaken, waar we normaal gesproken geen invloed op hebben. De natuur dus. Of hebben we dat wel? Hier ligt ruimte voor eens mooie beschouwing over ecologie, global warming, overbevolking en de rol van techniek. Maar dan laat ik graag aan anderen die daar zinnigere dingen over te zeggen hebben. Voorlopig vraag ik me alleen af of er echt aanwijsbaar meer natuurrampen plaats vinden dan pakweg 10 jaar geleden. Of wordt er meer aandacht aan besteed vanwege de genoemde redenen?

Ik schrijf dit allemaal omdat ik zelf voor het eerst van dichtbij te maken heb gehad met een dergelijk fenomeen. Jullie hebben vast wel meegekregen van de overstromingen in  Thailand? De meeste getroffen gebieden waren in het Noorden, maar er was een stad in het Zuiden die zijn portie kreeg. Laat dat nou net HatYai zijn, waar Kesaya’s moeder en Fransje wonen. Helaas kwamen wij daar allemaal wat laat achter, beetje slecht van ons. Pas toen we op CNN beelden zagen van het ondergestroomde stadscentrum, zochten we op de Thaise nieuwszender wat er precies aan de hand was. Toen we Fransjes school zagen voorbijkomen, of althans, slechts het dak ervan, raakten we ietwat ongerust. De daaropvolgende luchtfotos toonden dat letterlijk de hele stad onder water stond. Op sommige plekken stond het water tot 4 meter hoog! Ohhhhhhh … en dat was al meer dan een dag aan de gang! Direct geprobeerd de familie op te bellen, maar dat ging natuurlijk niet. Alles in de stad was afgesloten, telefoon, water, electriciteit … Lichtelijke paniek in huize Hof. Anderhalve dag in onzekerheid gezeten, maar gelukkig kwam toen het verlossende telefoontje. Ze waren veilig. Sterker nog, eigenlijk bleek dit een mooi staaltje geluk. De hele stad was overstroomd, zeiden ze op het nieuws. De hele stad? Nee, gelijk Asterix en zijn dorp onoverwinnelijke krijgers stand hielden in bezet Gallia, zo was de buurt van Kesaya’s familie als enige gespaard gebleven. Ze bleken op een heuvel te wonen en die was net hoog genoeg om het water buiten te houden. Goed, prettig was het niet natuurlijk want feitelijk leefden ze nu drie dagen op een eilandje. Zonder electriciteit, stromend water en winkels. Fransje was vast dolblij dat ie niet naar school hoefde, maar minder blij toen bleek dat zijn computer het ook niet deed. En dat ie een radigrafisch bestuurbare auto van ons had gekregen in plaats van een boot. Die had nog goed van pas kunnen komen!
Nou ja. Goed vanaf gekomen in elk geval. Maar wel vreemd. Nog geen zes weken geleden had ik een avondje op Fransjes schoolplein doorgebracht (ik zat toen in mijn hangjongere fase), en nu zag ik ineens die school volledig overstroomd op het nieuws. De keer dat ik daarvoor net Thailand had verlaten, ging er een heel winkelcentrum in vlammen op waar ik zojuist nog had gelopen. Misschien volgende keer maar in Thailand blijven, om erger te voorkomen …

Nou, dat was verhaal 1. Er komt nog een wat minder gezellig verhaal en dan gaan we naar het sappige materiaal toe. Veel woorden gaan er overigens niet vuil gemaakt worden, dat is niet nodig. Kesaya moest vorige week met spoed worden opgenomen in het ziekenhuis. Ze had de hele dag al geklaagd over maagpijn, opstopping en bloedverlies. Helaas zat ik in Abu Dhabi en was afhankelijk van collegas om terug te komen. Toen ik eenmaal terug was, deed ik iets waar ik me diep voor schaam maar op dat moment leek het onvermijdelijk: ik werkte nog een half uurtje door omdat er iets per se voor 7 uur de deur uit moest… Tsja, slechte afweging geweest bleek later. Net voordat ik op Verzenden had gedrukt kwam Kesaya van het toilet om te vertellen dat ze wel erg veel bloed had verloren. Micah in de kinderwagen gegooid, spullen bij elkaar geraapt en in de taxi gesprongen. Naar de 24 uurs kliniek, waar ze een huisarts consult hebben. Die keek 1 seconde naar Kesaya en stuurde ons door naar een ander ziekenhuis, afdeling Spoedgevallen. Daar nog een stief uurtje moeten wachten tot we geholpen werden. Uiteindelijk bleek dat een stuk darm was opgestulpt en naar buiten was gekomen. Aangezien dat al de hele dag aan de gang was, was er een bloedstolsel ontstaan (acute trombose) met als gevolg de eerste symptomen van gangreen. We waren er net op tijd bij, volgens de dokter. Eventjes later en het was levensbedreigend geworden. Zooooooo … en ik moest zonodig nog een half uurtje doorwerken … Lekker Hof, het ging al niet zo goed met je karma de laatste tijd. Nou ja, als straf moest ik uren met een gillende en spartelende Micah wachten tot Kesaya was opgenomen. Ze moest aan een plasma-infuus vanwege het bloedverlies en kreeg een stoet antibiotica om de gangreen te bestrijden. Erg heftig allemaal, en daar kwam bij dat het nogal druk en hectisch was in dat ziekenhuis. Tegen middernacht kon ik dan eindelijk mijn handtekening onder een noodzakelijk formuliertje zetten en mocht ik gaan. De volgende ochtend zouden ze Kesaya opereren.

Dikke stress allemaal. Wat ook niet hielp is dat Micah bronchitis had (we waren nota bene twee dagen geleden nog in dat zelfde ziekenhuis geweest!) en ookonder de medicijnen zat. Na een nare, slapeloze nacht Micah aan de wekster overgelaten en terug naar het ziekenhuis gegaan. Daar bleken de zaken al een stuk opgeklaard. De opstulping had zich teruggetrokken dus een operatie was niet meer nodig. Ze moest nog wel een dagje ter observatie blijven en om aan te sterken. Die avond waren we gelukkig weer samen thuis.
Opgelost is het helaas nog niet, want dit mag natuurlijk niet weer gebeuren. Morgen moeten we terugkomen voor nader onderzoek. Dan volgt er waarschijnlijk binnen enkele dagen daarna een operatie die wat minder heftig zal zijn dan oorspronkelijk gepland. Met de nieuwste apparatuur, zo is ons verzekerd. Mhhhh … het is niet zozeer dat ik me zorgen maakt over de apparatuur, maar over de mensen die het bedienen. Gelukkig staat het ziekenhuis vrij goed aangeschreven dus het zal wel loslopen. Voorlopig zijn we blij dat het allemaal relatief goed afgelopen is.

Nou, nare verhalen he? Sorry, kan er ook allemaal niets aan doen. Wat gebeurt dat gebeurt. Maar ik had beloofd er nog een sappig stukje tegenaan te gooien. Nee, niet zoals in mijn Baku tijd, jij weet toch, Hof nu braaf en zo. En als er al dergelijke dingen te melden waren, dan ga ik dat toch echt niet meer op mijn blog zetten! Zeker niet nu Kesaya Nederlands aan het leren is natuurlijk.
Nee, het gaat om mijn vriendenkring in Dubai. Die is nog tamelijk pril te noemen helaas. We hebben niet veel moeite genomen om te integreren en om eerlijk te zijn: ik zie dat ook niet zo snel gebeuren. Veel verwende expats en omhooggevallen sherry-vrouwtjes (Jumeirah Janes in de volksmond). Mensen die in hun eigen land niets voorstelden en nu trots zijn op het feit dat ze in een dikke auto kunnen rondrijden. Wel geld maar nog steed geen smaak, dat soort lui.
Nou natuurlijk niet iedereen he. Nee, kom zeg, dat zou niets voor mij zijn, om zo grof te generaliseren. Mijn collegas zijn hele toffe mensen, tenminste, de meesten dan, en met hen willen we nog wel eens socialiseren. Daarbuiten ziet Kesaya nog wat live-in-maids vanuit ons gebouw, en een enkele expatvrouw die niet te vies van is haar kinderen zelf uit te laten. Ik heb verder maar een echte vriend, die ik voor het gemaak maar even Frans noem. Oh ironie, Frans is een makelaar! Een door mij menigmaal verfoeilijkte bevolkingsgroep. Nou geeft Frans ruiterlijk toe dat een goed gedeelte van zijn collegas inderdaad de zuurstof die ze ademen niet waard zijn, maar hij is een goeie. En dat weet ik, want hij heeft mij aan mijn prinselijke onderkomen geholpen voor een relatief spotprijsje. Hij had me makkelijk iets veel duurders en slechters kunnen aansmeren en daar was ik met beide benen ingetuind, maar dat deed hij dus niet. De lakmoestest was echter dat de deal via twee tussen agenten was geregeld, zodat zijn commissie minimaal was. Veel agenten zoeken dan een huisje verder voor je, teneinde wel de hele commissie te kunnen opstrijken. Maar Frans vond dat dit huis perfect voor ons gezinnetje was, en bovendien woont hij zelf in de buurt dus dat leek hem wel gezellig. We hadden elkaar redelijk leren kennen tijdens de huizenjacht en ik vond hem een geschikte, joviale en gezellige kerel. Goed gevoel voor humor ook.

Er was wel een ding aan hem dat me niet zozeer tegenstond als wel prikkelde. Frans komt uit Zimbabwe, dus dan is het onvermijdelijk dat een keer het gesprek op de deplorable toestand van dat land uit komt. Ik begon voorzichtig, op de mij zo bekende subtiele manier, zo van “Oh kom je uit Zimbabwe? Dan ben je vast gevlucht voor de dictatuur! Erg he, wat daar allemaal gebeurd? Klootzak, die Mugabe, dat ze die nog niet hebben opgepakt! Zeker wel blij dat je nu hier woont nu?”, maar Frans liet blijken dat het allemaal wat genuanceerder lag. Ja allicht, alles ligt altijd genuanceerder, maar we gaan nou toch niet een hele dictatuur en alles wat daar gebeurd is weg relativeren? Nou ja, dat kon wel vond Frans want al het nieuws wat wij krijgen is ook maar propaganda, overgoten met een Westerse moraal en juist in dit geval is dat vertekenend want het Westen is zelf verantwoordelijk voor de situatie in zijn land. Kolonialisatie, genocide, grondstoffenroof, slavernij, en dan opeens de boel achterlaten en zeggen je zoekt het maar uit. En dan een dictator, Robert Mugabe dus, in het zadel helpen en die vervolgens weer als een baksteen laten vallen als ie niet naar de pijpen van de blanke man luistert. Dus wij konden beter onze kritiek een beetje matigen; zo erg is het is Zimbabwe allemaal niet en zeker niet vergeleken met hoe het was onder de Britten. Of de Nederlanders in Zuid-Afrika.
Nou ja, ik had het allemaal wel eens eerder gehoord en ben het er op zich in grote lijnen mee eens, maar het klinkt allemaal een beetje apologetisch. De blanke machthebbers zijn daar nu al dertig jaar weg en het land is nu vervallen tot een grote bende. Alleen de rijken hebben het goed, zoals altijd het geval in dat soort nepotistische dictaturen. Maar goed, Frans en ik vonden de middenweg in onze meningen en we lieten het er verder bij. Ik nam aan dat zijn familie zelf tot de rijkeren behoorde, een idee dat werd gestaafd toen Frans vertelde over het grote landgoed waar hij opgroeide, met leeuwen en olifanten en ander gespuis. En ach, ik word zelf ook ouder en milder, principes zijn voor de jeugd. En dus bleven Frans en ik gezellig onze biertjes drinken en hadden het over vrouwelijke secondaire geslachtskenmerken in plaats van de politiek in Zimbabwe.

Tot vorig weekend. We ontmoetten elkaar in de strandbar voor mijn deur en raakten goed beneveld. Op een gegeven moment wilde Frans wat bekennen. Ik dacht “Oh God hij gaat me vertellen dat ie me wel heeft afgezet met het huis, of dat de genetisch gemuteerde mierenplaag in onze slaapkamer het resultaat is van kernafval in de kelder, of dat zijn nichtje me wel ziet zitten (dat bleek later ook het geval te zijn maar daar gaat dit verhaal niet over), of iets anders ongehoords”. Maar nee. Plompverloren vertelde hij me dat Robert Mugabe zijn oom is! Ohhhhh … en ik had gezegd … maar goed, een achter-achter oom dan toch wel? Nee? Eerste graad? Broer van je vader? Oh. Pomtiedomtiedom. Lekker dan. Ehrm, dat ben je toch hopelijk wel weer vergeten he, wat ik eerdaags alemaal over je oom had gezegd? Ik bedoel, ik vind leeuwen en krokodillen best gezellig beesten maar ik hoef ze niet van dichtbij te zien. Trouwens, je hebt zooooooo gelijk over onze Westerse dubbele moraal. Nee, ben je gek joh, helemaal waar, blij dat Mugabe nog opstaat tegen onze hypocrisie. Altijd al een schappelijk vent gevonden. Zeg, nog een biertje? Wat denk je, mag ik eens op safari komen? Dat vindt ie vast wel goed toch?

Nou ja zo ging het niet helemaal natuurlijk, maar grappig was het ergens wel. Later die avond was ik uitgenodigd om bij hem thuis te komen eten, waar meer leden van de famileie aanwezig waren. Onder het eten vroeg een tante: “Weet hij het nu, van Robert?”. “Ja”, zei Frans,” hij weet het. Jullie kunnen er vrij over praten”. Vrij bizar allemaal. En verder hebben we het eigenlijk niet meer over hem gehad. De familie weet ook wel dat oompje zich de laatste tijd niet zo heel goed heeft gedragen en dat geven ze toe. Maar hij is de aardigste kerel ooit, zo zwoeren ze me. Zo lief voor de kinderen en kleinkinderen, en zo royaal tegen zijn naasten. Tsja, dat had ik ook niet anders verwacht natuurlijk. Het is en blijft hun familie natuurlijk. Heb het nog een keer met Frans over de blanke boeren gehad die van hun land waren gejaagd en in sommige gevallen vermoord, maar dat bleek een slechte zet. Werd direct met een miljoen zwarte doden om mijn oren geslagen uit de tijd van de koloniale machthebber. Tsja. Weet het allemaal ook verder niet. Ik blijf gewoon mijn biertjes met hem drinken en grappen maken over voor de krokodillen gegooid worden. Als we ooit nog naar Afrika komen dan zijn we uitgenodigd om op het landgoed te komen, maar daar moet ik nog eens over nadenken. Zoals mijn collegas al grapten: “Met jouw geluk sta je net daar de hand van die gast te schudden als er een staatsgreep wordt gepleegd. En dan zien we jouw op CNN door een woedende menigte worden afgedragen met als onderschrift “Evil Western mastermind behind Mugabe dictatorship revealed”.”.
Teveel eer jongens, teveel eer! Maar toch blijf ik maar thuis denk ik.

Hof Jr gets a present

“Oh Micah, look who sent you a present! It’s from that nice auntie Bhuvanesh! Wow, a beach guard vest! That is really, really cool, don’t you think?

“Well, mummy and daddy are glad you like it. Now, before you go off cruising at the playground, what do you say to auntie Bhuvanesh?”

“Oh Micah, that same auntie Bhuvanesh has also complained that this blog is always in Dutch and that she wants us to cater for her language as well. Can you do that for her please?”

“No no little darling. That is mummy’s language, auntie Bhuv cannot understand that. Come on, you know what to say …”

“Arghhhh! Honey, did you hear that? We have to get out of here as soon as possible! I don’t want my son to speak that way! Well, Micah, one more try: what do you say to Bhuvanesh?”

” Oh my God! You have been hanging out with those Phillipino maids too often! Auntie Bhuvanesh is not from the Phillipines Micah. She is from Singapore, you know that! So what do you say?”

“No no no! Micah how can you say that? You know auntie Bhuvanesh don’t speak that way. Is she yellow? Here, this is what she looks like:”

“MICAH! Mummy and daddy are very disappointed in you! Do you think that all black people speak like they do in Dark Africa? What, are you some kind of racist now?”

“Okay okay sorry little man, we are just trying our best with you. Now, last chance. Auntie Bhuvanesh lives in Australia, so what do you say to her?”

“Excellent! That is our boy! Now go to the slider and practice your life-saving skills on those Dubai habibi!”

Ik zal het even verduidelijken

Wie mijn voorgaande post eerst heeft gelezen, zij het vergeven als hij of zij niet helemaal wijs werd uit het laatste deel van het relaas. Dit stuk beschreef de moeilijkheden die mijn taxi chauffeur en ik hadden mijn huis te bereiken. Zeg Hof, zo moeilijk kan het toch niet zijn om eventjes naar je huis te rijden? Nou ik dacht het dus wel! Ik zal dat eens even op ludieke wijze verduidelijken. Hier komen kaartjes, hoera!

Zie hier kaartje 1, welke de Palm Jumeirah toont. Geil eilandje, nietwaar? Aan de top zie je het befaamde Atlantis hotel op de Crescent (omgang), in het midden waaieren de Fronts uit (bladeren) en aan de onderkant bungelt de Trunk (stam), waar de paupers zoals ik wonen. Ik heb een soortement van vergrootglas rond mijn gebouw getekend. (Gaaf Hof! Ja, dank je).

De verkeerssituatie op de Palm is lichtelijk apart te noemen. We gaan naar kaartje 2, waar ik de Trunk heb uitvergroot. Aan de rechterkant van de Trunk zie je in het groen aangegeven de Shoreline Apartments, bestaande uit twee rijen van 10 gebouwen langs een verkeersader. De rijbanen van de verkeersader zijn gescheiden, dus je kan niet omkeren. Je kan ook niet stoppen of parkeren; om bij een gebouw te komen, moet je naar rechts de ventweg op die je dan vervolgens bij de voordeur van je keuze brengt.

Ik heb in het kaartje de normale route naar mijn huis getekend. Volg de rode lijn: onderin rij je via de brug het eiland op, dan hou je rechts aan en rijdt over de verkeersader langs gebouwen 1 tot 6 (Basri tot Palm Terrace), dan gaan we weer een brug over, rijden langs gebouwen 7 tot 10 (Haseer tot Das) en dan komt de truuk: er moet een U-turn worden gemaakt via de linker rijbaan. Als je die mist, rij je de Trunk uit en kom je bij de bladeren terecht. Enfin, na een geslaagde U-turn rij je weer terug, langs gebouwen 11 tot 14 (Habool tot Hallawi). Ergens moet je dan de ventweg op zodat je de ingang van gebouw 14 kan bereiken. Tot zover niks aan de hand.

Kijk nu eens wat er gebeurt als je van gebouw Das naar gebouw Hallawi moet. Zoals mijn maat Eirik laatst. Das is dus het laatste gebouw aan de rechterkant, rechts naast de U-turn. Ik heb het in het volgende kaartje met zwart omcirkeld. (Sjee je pakt wel uit Hof! Ik weet het, ik doe het allemaal voor jullie).

Tsja. Daar zit je dan in je bolide op de ventweg, terwijl je je eigenlijk op de linkerrijbaan van de hoofdweg moet bevinden teneinde die U-turn te kunnen maken. Je zou natuurlijk een spannende illegale maneouvre kunnen maken, maar zo zijn we niet getrouwd in Dubai. En dus rij je braaf de ventweg af, door de tunnel heen naar de bladeren toe. Gelukkig kom je binnen 5 minuten alweer een U-turn tegen, dus we gaan weer de goede richting op. Ware het niet dat de weg NIET terug uitkomt bij de Shoreline Apartments. Nee, dat zou veel te makkelijk zijn. De Shoreline kan je maar van 1 kant binnen, en dat is onderaan.
De enige mogelijkheid is, zoals ik met de rode lijn heb aangegeven, om helemaal terug naar de brug aan het begin van de stam te rijden, daar dan onderdoor te gaan, dan via de ventweg bij gebouw Basri weer terug op de hoofdweg te komen, door te rijden naar gebouw Das bovenaan (waar je inmiddels alweer 15 minuten geleden vertrok), de linkerrijbaan op, de U-turn maken en dan de laatste 500 meter naar mijn gebouw afleggen.

DAT IS TOCH ABSURD??? Zoals gezegd, die afstand is hemelsbreed iets van 500 m, je loopt het in een minuutje of 6, 7 als je pech hebt, maar per auto moet je maar liefst ZEVEN KILOMETER omrijden, wat je meer dan een kwartier kost. En voor je roept “Moet je maar gaan lopen!”, bedenk dat dat in de zomer met 50 graden volledig onmogelijk is. Zelfs 5oo m. Wat het helemaal raar maakt eigenlijk. In een land waar je het halve jaar lang geen andere mogelijkheid hebt dan je met de auto te verplaatsen, zou je toch verwachten dat ze het rondtuffen wat makkelijker zouden maken. Hee, en dat uit MIJN mond, he lezers! Zien we dat even? Dan MOET het natuurlijk wel waar zijn!

Nou ja boeien verder. Jullie hebben nu in elk geval de goede richtingsaanwijzingen gekregen naar mijn woning. Dus waar wachten jullie nog op? Hierheen komen met die luie donders! Ik wil geen smoezen meer horen, ik verwacht vanaf nu drommen bezoekers! Je rijdt er desnoods maar een stukje voor om!

Take the long way home

Ik ben me toch ook een wandelende wet van Murphy. Soms vrij letterlijk zelfs, zoals vandaag. Ik was door een collega van Abu Dhabi terug naar Dubai gebracht en afgezet in The Greens, een woonwijkje vrij dicht bij mijn geliefde Palm. Normaal neem ik dan een taxi voor de laatste 5 minuten, maar vandaag had ik een gekke bui. Het was nog vroeg, er was nog alle tijd om met Kesaya en Micah te gaan zwemmen, het was heerlijk weer en ik zat vol energie. Volgens mijn nimmer falende innerlijke kaartbeeld was het hemelsbreed nog geen 3 kilometer, dus hop: waarom ook niet? Vandaag loop ik naar huis.

Probleemje: een dikke grote vette drukke snelweg scheidde mij van mijn bestemming. Je ziet vaak Indiers en Pakistanen halsbrekende toeren uithalen om deze weg te voet over te steken, maar dat leek mij niet zo verstandig. Micah wordt vast een hele rare jongen als ie zonder papa opgroeit. Dus maar niet gedaan dan. Alternatief: naar het dichtsbijzijnde metrostation lopen, welke de snelweg aan beide zijden overspant. Weer een probleempje op mijn pad: een gated community (ommuurde woonwijk), waar ik met geen mogelijkheid naar binnen kon. Dan maar langs de dikke grote vette drukke snelweg lopen, het was maar een kilometertje of zo.
Al doende werd het metrostation bereikt. Was mijn eerste keer hier in zo’n station, ze zijn nog maar net geopend, en ik moet zeggen dat het er erg mooi en functioneel uit zag. Binnenkort maar eens gebruik van maken. Nu hoefde ik slechts het station door om de snelweg te passeren.

Intussen werd het toch al wat later, dus wilde ik alsnog een taxi pakken aan de andere kant. Tenminste, je zou toch taxis verwachten bij een metrostation. Nee dus. Nou ja, dan lopen we toch maar verder. Kilometertje terug in de richting waar ik vandaan kwam en dan verder richting de ingang van de Palm.
Ik had het vermoeden dat dat nog wel eens een volgend probleem kon gaan opleveren. De Palm is tenslotte een eiland en heeft maar 1 ingang. Deze wordt gevormd door een grote brug waar, hoe kan het ook anders, een grote dikke vette drukke snelweg overheen raast. Ik wilde uitvinden of er ook een voetpad naast liep, of misschien wel onder of waar dan ook, en zo niet dan alsnog een taxi nemen. Maar het plan veranderde toen ik bij het transferium kwam. Dat is een kolossaal, raar en donker gebouw aan de voet van die brug, van waaruit een monorail de Palm op gaat en dan verder naar Atlantis, het pronkerige hotel aan de top van de Palm. Wat een ideale gelegenheid om die monorail eens uit te proberen. Bovendien ligt de eerste halte, Trump Tower, direct achter mijn huis, dus mooi, komt alles toch nog goed.

Raar alleen dat er geen voetgangersingang was voor het gebouw. Sterker nog, je kon het gebouw niet eens bereiken te voet, want aan elke kant lag een, het wordt eentonig, dikke grote vette drukke snelweg. Nou ja, Micah is toch al raar dus heb ik maar een balustrade beklommen, sprintje ingezet en veilig dat gebouw bereikt. Maar zoals gezegd, geen ingang dus. Nou ja, zo dicht bij mijn doel laat ik me niet meer tegenhouden door zo’n futiel detail, en dus pakte ik de autoingang. Er was toch geen auto te bekennen. Er was overigens helemaal niemand te bekennen. In en rond dat hele kolossale monster was letterlijk niemand. Boeit ook verder niet. Ik liep over de auto-oprit twee verdiepingen omhoog, door een vrij dikke laag stof en wat afval, tot ik op een parkeerdek uitkwam. Volledig verlaten, en wederom onder een dikke laag stof. Toch wel een beetje raar. Verder gesjouwd, nog een parkeerdekje hoger opgezocht, alwaar ik toch nog de ingang naar de monorail vond. Ik voelde me alsof ik een science fiction film binnenstapte. Je weet wel, zo’n film waarin een groep ruimtereizigers een ruimteschip binnenkomt die helemaal verlaten is, maar waar de computers en machines nog steeds in dienst staan van de allang vertrokken of verdwenen oorspronkelijke bemanning. Wederom geen kip dus, maar wel glanzende marmeren hallen, licht zoemende roltrappen en automatische deuren. Kijk aan, ik was op het goede spoor. En toen uiteindelijk nog eens twee verdiepingen hoger de laatste deur voor me opengleed, stond ik oog in oog met vier verbaasde conducteurs.

Na een korte stilte riep een van hen: “A customer! There is a customer!” Ha, dacht ik, wat een majestueus onthaal. Klantgerichtheid, daar houd ik van. De baas van het stel kwam snel naar me toe gerend, verwelkomde me hartelijk en troonde me mee naar een eenzame kaartautomaat.
15 dirhammetjes (3 euro) voor de trip naar Atlantis. Maar ik hoef slechts 1 halte zei ik, maakt dat niet uit? Nee, zelfde prijs. Maar U gaat maar een halte? Ja, want daar woon ik. Oh, dat is ongebruikelijk, zei de man, we krijgen nooit klanten die ook daadwerkelijk op de Palm wonen. Oh, nou ja, de monorail is nou niet bepaald bereikbaar te noemen, dus dat verbaast me niets. Maar goed, ik kan die ene halte nemen dus? Ja hoor, hier is uw kaartje, daar is het perron en goede reis.

En zo kwam ik terecht op een wederom verlaten, ondergestoft perron. Volgens het electronische bord zou er spoedig een trein aankomen, met als eerste halte die Trump Tower. Oftewel, recht naast mijn huis. Ik vond de situatie allemaal wel komisch, dus ik mailde mijn relaas naar een spamgenoot. Ik had nog maar juist op verzenden gedrukt, toen opeens van de andere kant een hele groep lawaaierige mensen het perron op kwam? Huh? Waar kwamen die nou vandaan dan? Er was die hele tijd niemand te bekennen in dat hele gebouw en nu stond er ineens een hele groep idioten op de trein te wachten. Nou ja, het betekende in elk geval dat die trein wel zou rijden, want daar twijfelde ik stiekum toch nog een beetje aan.
Onterecht bleek, want een minuutje later gleed een glinsterend, superdeluxe treinstel het perron op. Ik en de horde idioten erin, deurtjes dicht en gaan.

De 3 minuutjes tussen het transferium en de eerste halte waren heel erg mooi. De monorail ligt op zo’n 20 m hoogte, wat een schitterend uitzicht biedt over de Palm en de stranden eromheen. Maar er was weinig tijd om van te genieten, want daar zoefden we het eerste station reeds binnen. Ik kon mijn huis al zien. Dus ik sta bij de deur, wachtend tot die openglijdt zoals alle eerdere deuren voor me waren opengegleden, en … en verder niets. De trein trok weer op en reed mijn stulpje voorbij. What the F%#K? Daar moet ik toch even de conducteur van deelgenoot maken:
“Waarom stopten we niet bij de Trump Tower?”
“Maar de trein stopte daar wel.”
“Ja stoppen wel, maar de deuren gingen niet open.”
“Nee dat klopt, de deuren moeten dicht blijven.”
“De deuren blijven dicht??? Waarom? Dat station is toch af?”
“Ja, maar er mogen geen passagiers uit.”
“WAAROM? Waarom stoppen we er dan? Waarom wordt mij een kaartje verkocht terwijl ik er niet eens uit kan???”
“Geen idee. De trein stopt maar de deuren mogen niet open. Dat is nu eenmaal zo. De deuren gaan alleen open bij de eindhalte, op Atlantis.”
“Nou lekker dan. Wanneer gaan die deuren wel open dan?”
“’s Nachts, om de hoofdconducteur eruit te laten. Die sluit het station dan af.”
“Ik bedoel: wanneer kan je op dit station uitstappen? Volgende maand of zo?”
“Oh bedoelt U dat? 2015.”
“Sorry dat heb ik niet goed begrepen denk ik.”
“In het jaar 2015 kunt U hier uitstappen.”
“OK dan. Nou mooi, dan probeer ik dan wel weer eens. En nu?”
“U kunt de trein weer terug nemen meneer.”
“En kan ik er dan wel uit?”
“Nee, U zal dan terug moeten naar het … wacht, ik zie wat U bedoelt. U zal een taxi moeten nemen.”
“Ja. Dat had ik een uur geleden al moeten doen.”

Op zichvond ik het tot op dat moment allemaal nog best komisch. Ik snapte ook wat die andere idioten kwamen doen: die waren met een georganiseerde groepsreis mee en met een bus naar die monorail gebracht. Eindbestemming Atlantis. Best wel even leuk om daar te zijn, het blijft een bizar gebeuren, maar ik moest wel naar huis. De trein uitgehold, paar trappetjes af, richting de taxihalte … FOOOOKKKKKKKKKKKKKKK! Een rij van 100 m! Ongeveer 200 mensen stonden daar met een enorme zuur gezicht te wachten. Is dit de taxi rij? JA DIT IS DE TAXIRIJ! Shit. Nou ja, zit niks anders op. Gelukkig schoot het relatief op, nog geen uur later stapte ik de taxi in, voor hopelijk de laatste etappe van mijn inmiddels wel erg lange omweg naar huis.

Ik vertelde de chauffeur van mijn omzwervingen en hij moest er hartelijk om lachen. Ja, het verkeer is niet echt logisch geregeld hier in Dubai. Dat gezegd hebbende, weet U soms welke weg we hier moeten nemen? Hij was inmiddels gestopt voor de ingang van een tunnel die twee bladeren van de Palm verbindt. Aan beide kanten liep een ventweg, maar verder geen bord te bekennen.
Nee, geen idee. Sorry. Ehrm, op de weg hierheen ga je ook door een tunnel, dus misschien is het logisch dat dat op de terugweg ook moet? Dus wij de tunnel in, die vervolgens prompt een U-turn maakte zodat we ons weer terug op de weg naar Atlantis bevonden.
Goed, nieuwe poging dan. 10 minuten later stonden we weer voor die tunnel. Dit keer maar de ventweg aan de rechterkant proberen. En hoera, die kwam achter mijn rij flats uit. En ik wist een sluiproute om recht voor mijn flat uit te komen. Alleen bleek die nu afgesloten. Geen nood, de chauffeur kende een andere sluiproute. Slechts 2 minuutjes verder. Ook afgesloten dus. Dan maar toegeven: we zijn verslagen. We reden terug naar het begin van de Palm, deden een zoveelste U-turn en reden zo dicht mogelijk naar mijn huis als mogelijk, waarna ik de laatse 5 minuten liep. Twee uur en 20 minuten later nadat ik drie kilometer verderop was afgezet, stapte ik de huiskamer binnen. Micah ging net zijn bedje in.