Take the long way home

Ik ben me toch ook een wandelende wet van Murphy. Soms vrij letterlijk zelfs, zoals vandaag. Ik was door een collega van Abu Dhabi terug naar Dubai gebracht en afgezet in The Greens, een woonwijkje vrij dicht bij mijn geliefde Palm. Normaal neem ik dan een taxi voor de laatste 5 minuten, maar vandaag had ik een gekke bui. Het was nog vroeg, er was nog alle tijd om met Kesaya en Micah te gaan zwemmen, het was heerlijk weer en ik zat vol energie. Volgens mijn nimmer falende innerlijke kaartbeeld was het hemelsbreed nog geen 3 kilometer, dus hop: waarom ook niet? Vandaag loop ik naar huis.

Probleemje: een dikke grote vette drukke snelweg scheidde mij van mijn bestemming. Je ziet vaak Indiers en Pakistanen halsbrekende toeren uithalen om deze weg te voet over te steken, maar dat leek mij niet zo verstandig. Micah wordt vast een hele rare jongen als ie zonder papa opgroeit. Dus maar niet gedaan dan. Alternatief: naar het dichtsbijzijnde metrostation lopen, welke de snelweg aan beide zijden overspant. Weer een probleempje op mijn pad: een gated community (ommuurde woonwijk), waar ik met geen mogelijkheid naar binnen kon. Dan maar langs de dikke grote vette drukke snelweg lopen, het was maar een kilometertje of zo.
Al doende werd het metrostation bereikt. Was mijn eerste keer hier in zo’n station, ze zijn nog maar net geopend, en ik moet zeggen dat het er erg mooi en functioneel uit zag. Binnenkort maar eens gebruik van maken. Nu hoefde ik slechts het station door om de snelweg te passeren.

Intussen werd het toch al wat later, dus wilde ik alsnog een taxi pakken aan de andere kant. Tenminste, je zou toch taxis verwachten bij een metrostation. Nee dus. Nou ja, dan lopen we toch maar verder. Kilometertje terug in de richting waar ik vandaan kwam en dan verder richting de ingang van de Palm.
Ik had het vermoeden dat dat nog wel eens een volgend probleem kon gaan opleveren. De Palm is tenslotte een eiland en heeft maar 1 ingang. Deze wordt gevormd door een grote brug waar, hoe kan het ook anders, een grote dikke vette drukke snelweg overheen raast. Ik wilde uitvinden of er ook een voetpad naast liep, of misschien wel onder of waar dan ook, en zo niet dan alsnog een taxi nemen. Maar het plan veranderde toen ik bij het transferium kwam. Dat is een kolossaal, raar en donker gebouw aan de voet van die brug, van waaruit een monorail de Palm op gaat en dan verder naar Atlantis, het pronkerige hotel aan de top van de Palm. Wat een ideale gelegenheid om die monorail eens uit te proberen. Bovendien ligt de eerste halte, Trump Tower, direct achter mijn huis, dus mooi, komt alles toch nog goed.

Raar alleen dat er geen voetgangersingang was voor het gebouw. Sterker nog, je kon het gebouw niet eens bereiken te voet, want aan elke kant lag een, het wordt eentonig, dikke grote vette drukke snelweg. Nou ja, Micah is toch al raar dus heb ik maar een balustrade beklommen, sprintje ingezet en veilig dat gebouw bereikt. Maar zoals gezegd, geen ingang dus. Nou ja, zo dicht bij mijn doel laat ik me niet meer tegenhouden door zo’n futiel detail, en dus pakte ik de autoingang. Er was toch geen auto te bekennen. Er was overigens helemaal niemand te bekennen. In en rond dat hele kolossale monster was letterlijk niemand. Boeit ook verder niet. Ik liep over de auto-oprit twee verdiepingen omhoog, door een vrij dikke laag stof en wat afval, tot ik op een parkeerdek uitkwam. Volledig verlaten, en wederom onder een dikke laag stof. Toch wel een beetje raar. Verder gesjouwd, nog een parkeerdekje hoger opgezocht, alwaar ik toch nog de ingang naar de monorail vond. Ik voelde me alsof ik een science fiction film binnenstapte. Je weet wel, zo’n film waarin een groep ruimtereizigers een ruimteschip binnenkomt die helemaal verlaten is, maar waar de computers en machines nog steeds in dienst staan van de allang vertrokken of verdwenen oorspronkelijke bemanning. Wederom geen kip dus, maar wel glanzende marmeren hallen, licht zoemende roltrappen en automatische deuren. Kijk aan, ik was op het goede spoor. En toen uiteindelijk nog eens twee verdiepingen hoger de laatste deur voor me opengleed, stond ik oog in oog met vier verbaasde conducteurs.

Na een korte stilte riep een van hen: “A customer! There is a customer!” Ha, dacht ik, wat een majestueus onthaal. Klantgerichtheid, daar houd ik van. De baas van het stel kwam snel naar me toe gerend, verwelkomde me hartelijk en troonde me mee naar een eenzame kaartautomaat.
15 dirhammetjes (3 euro) voor de trip naar Atlantis. Maar ik hoef slechts 1 halte zei ik, maakt dat niet uit? Nee, zelfde prijs. Maar U gaat maar een halte? Ja, want daar woon ik. Oh, dat is ongebruikelijk, zei de man, we krijgen nooit klanten die ook daadwerkelijk op de Palm wonen. Oh, nou ja, de monorail is nou niet bepaald bereikbaar te noemen, dus dat verbaast me niets. Maar goed, ik kan die ene halte nemen dus? Ja hoor, hier is uw kaartje, daar is het perron en goede reis.

En zo kwam ik terecht op een wederom verlaten, ondergestoft perron. Volgens het electronische bord zou er spoedig een trein aankomen, met als eerste halte die Trump Tower. Oftewel, recht naast mijn huis. Ik vond de situatie allemaal wel komisch, dus ik mailde mijn relaas naar een spamgenoot. Ik had nog maar juist op verzenden gedrukt, toen opeens van de andere kant een hele groep lawaaierige mensen het perron op kwam? Huh? Waar kwamen die nou vandaan dan? Er was die hele tijd niemand te bekennen in dat hele gebouw en nu stond er ineens een hele groep idioten op de trein te wachten. Nou ja, het betekende in elk geval dat die trein wel zou rijden, want daar twijfelde ik stiekum toch nog een beetje aan.
Onterecht bleek, want een minuutje later gleed een glinsterend, superdeluxe treinstel het perron op. Ik en de horde idioten erin, deurtjes dicht en gaan.

De 3 minuutjes tussen het transferium en de eerste halte waren heel erg mooi. De monorail ligt op zo’n 20 m hoogte, wat een schitterend uitzicht biedt over de Palm en de stranden eromheen. Maar er was weinig tijd om van te genieten, want daar zoefden we het eerste station reeds binnen. Ik kon mijn huis al zien. Dus ik sta bij de deur, wachtend tot die openglijdt zoals alle eerdere deuren voor me waren opengegleden, en … en verder niets. De trein trok weer op en reed mijn stulpje voorbij. What the F%#K? Daar moet ik toch even de conducteur van deelgenoot maken:
“Waarom stopten we niet bij de Trump Tower?”
“Maar de trein stopte daar wel.”
“Ja stoppen wel, maar de deuren gingen niet open.”
“Nee dat klopt, de deuren moeten dicht blijven.”
“De deuren blijven dicht??? Waarom? Dat station is toch af?”
“Ja, maar er mogen geen passagiers uit.”
“WAAROM? Waarom stoppen we er dan? Waarom wordt mij een kaartje verkocht terwijl ik er niet eens uit kan???”
“Geen idee. De trein stopt maar de deuren mogen niet open. Dat is nu eenmaal zo. De deuren gaan alleen open bij de eindhalte, op Atlantis.”
“Nou lekker dan. Wanneer gaan die deuren wel open dan?”
“’s Nachts, om de hoofdconducteur eruit te laten. Die sluit het station dan af.”
“Ik bedoel: wanneer kan je op dit station uitstappen? Volgende maand of zo?”
“Oh bedoelt U dat? 2015.”
“Sorry dat heb ik niet goed begrepen denk ik.”
“In het jaar 2015 kunt U hier uitstappen.”
“OK dan. Nou mooi, dan probeer ik dan wel weer eens. En nu?”
“U kunt de trein weer terug nemen meneer.”
“En kan ik er dan wel uit?”
“Nee, U zal dan terug moeten naar het … wacht, ik zie wat U bedoelt. U zal een taxi moeten nemen.”
“Ja. Dat had ik een uur geleden al moeten doen.”

Op zichvond ik het tot op dat moment allemaal nog best komisch. Ik snapte ook wat die andere idioten kwamen doen: die waren met een georganiseerde groepsreis mee en met een bus naar die monorail gebracht. Eindbestemming Atlantis. Best wel even leuk om daar te zijn, het blijft een bizar gebeuren, maar ik moest wel naar huis. De trein uitgehold, paar trappetjes af, richting de taxihalte … FOOOOKKKKKKKKKKKKKKK! Een rij van 100 m! Ongeveer 200 mensen stonden daar met een enorme zuur gezicht te wachten. Is dit de taxi rij? JA DIT IS DE TAXIRIJ! Shit. Nou ja, zit niks anders op. Gelukkig schoot het relatief op, nog geen uur later stapte ik de taxi in, voor hopelijk de laatste etappe van mijn inmiddels wel erg lange omweg naar huis.

Ik vertelde de chauffeur van mijn omzwervingen en hij moest er hartelijk om lachen. Ja, het verkeer is niet echt logisch geregeld hier in Dubai. Dat gezegd hebbende, weet U soms welke weg we hier moeten nemen? Hij was inmiddels gestopt voor de ingang van een tunnel die twee bladeren van de Palm verbindt. Aan beide kanten liep een ventweg, maar verder geen bord te bekennen.
Nee, geen idee. Sorry. Ehrm, op de weg hierheen ga je ook door een tunnel, dus misschien is het logisch dat dat op de terugweg ook moet? Dus wij de tunnel in, die vervolgens prompt een U-turn maakte zodat we ons weer terug op de weg naar Atlantis bevonden.
Goed, nieuwe poging dan. 10 minuten later stonden we weer voor die tunnel. Dit keer maar de ventweg aan de rechterkant proberen. En hoera, die kwam achter mijn rij flats uit. En ik wist een sluiproute om recht voor mijn flat uit te komen. Alleen bleek die nu afgesloten. Geen nood, de chauffeur kende een andere sluiproute. Slechts 2 minuutjes verder. Ook afgesloten dus. Dan maar toegeven: we zijn verslagen. We reden terug naar het begin van de Palm, deden een zoveelste U-turn en reden zo dicht mogelijk naar mijn huis als mogelijk, waarna ik de laatse 5 minuten liep. Twee uur en 20 minuten later nadat ik drie kilometer verderop was afgezet, stapte ik de huiskamer binnen. Micah ging net zijn bedje in.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s