Categorie archief: Vroegah

Tunnels

Ik doe aan escapisme tegenwoordig. Niet op heel dramatische wijze, ik zoek het in de kleine dingen van de dag. Zo ga ik een half uur onder de douche staan en mijmer weg over de bruggen van de Thames. Of ik sluit mezelf op in het toilet en denk aan  bruine kroegen in nauwe, beklinkerde steegjes. Of aan weelderige parken badend in een goudbruine hersftzon. En soms probeer ik helemaal nergens aan te denken, dat werkt ook.
Het terugkomen is nooit zo lekker daarentegen. Zo stond ik van de week in een kiosk, waar ik een Engels muziektijdschrift doorbladerde. Met daarin artikelen over Radiohead, Pink Floyd en Arcade Fire, over hun werk dat iedereen zou moeten hebben. En welke ik dan ook heb, ware het niet dat al dat moois nog steeds in een container in Engeland staat te wachten op het weerzien met hun hunkerende eigenaar. Ik zong de genoemde liedjes mee in mijn hoofd, mezelf wanend in het decor dat deze melancholische meesterwerkjes oproepen. Na een half uur had ik het blad uit en ik legde het terug in het schap. Waar was ik? Wat deed ik hier? Oh ja. Fuck …

Een redelijk dramatische opening van deze post misschien, maar ja, het is niet anders. Als ik me hier helemaal supertop zou voelen, zou ik daarover schrijven. Maar zo voel ik me dus niet. Ik heb er ook alle reden toe, als ik zo vrij mag zijn dat te vermelden. Gisteren had ik een ontmoeting met een potentiele zakenpartner hier in Dubai. Vrij hoog profiel, was me al vanaf het hoofdkantoor duidelijk gemaakt, dus aub niet verknallen. Ik was er niet helemaal goed op voorbereid, zeker niet na de drie dolle dwaze dagen die me net daarvoor in Egypte waren wlgevallen. Maar daarover later meer. Ik was daar dus bij dat bedrijf op bezoek en ging een presentatie geven over wat ons bedrijf voor hen kan betekenen. Ik werd gestationeerd in een grote vergaderzaal, sloot mijn laptop aan op het grote scherm en startte op. Dit is wat mijn beoogde zakenpartners te zien kregen:

Oh ja, dat is waar ook. De desktop achtergrond die ik juist dat weekend had geinstalleerd. Nou ja, dat zet wel de toon natuurlijk. En dan moest mijn presentatie nog beginnen. Laat ik zeggen dat die geheel in stijl was van de hier getoonde uitspraak. Denk niet dat we heel veel zaken zullen doen met dit bedrijf …

Voor wie zich afvraagt waarom ik zo’n zelfhaterig plaatje heb gekozen om me elke dag tegemoet te blinken als ik mijn computer opstart: maak kennis met Mark Corrigan, de anti-ster van de Engelse sit-com Peep Show. Verreweg mijn favouriete show op de Engelse TV. En Mijn God, wat mis ik het. Cynisch, mysogeen, uitzichtsloos, egocentrich; er zijn gezelligere komedies uitgezonden. Maar dat is allemaal hartstikke grappig als je jezelf helemaal OK voelt! Zoals ik me toen voelde, op de bank in mijn knusse appartementje in The Docklands, wijntje in de hand en Peep Show op TV. Of wat maakt het eigenlijk ook uit wat er TV was. Alles was leuk in London. Of in Singapore. Of Ko Samui. Eigenlijk overal anders dan hier. Ik zal het maar gewoon toegeven: grote fout om hierheen te komen.

Het zal de oplettende lezertjes misschien ook zijn opgevallen dat er twee posts zijn verdwenen van mijn blog. Dat klopt, dit waren posts die niet honderd procent positief waren over het leven hier. Een collega had me gewaarschuwd dat vrijheid van meningsuiting hier niet heel hoog in het vaandel staat, en toen ik ontdekte dat mijn eigen site geblokkeerd werd door de overheid leek het me raadzamer wat zorgvuldiger met mijn kritiek om te springen. Je wordt hier sowieso een beetje paranoide. Ik sta hier nu bij een kleine tien instanties ingeschreven, met naam, toenaam, vingerafdrukken, irisscan en alles, en je hebt totaal geen controle waar de data allemaal heen gaat. Vrijwel dagelijks krijg ik telefoontjes van onbekende mensen waar ik absoluut geen idee van heb hoe die mijn nummer hebben weten te achterhalen. Soms gaat het om zaken, soms om prive dingen, soms hebben ze me verward met een andere Nederlander die ze toevallig moesten spreken. Heel raar allemaal.

Over vrijheid van meningsuiting gesproken: de censuur zit hier soms in een klein hoekje. Toen ik eergisteren in het vliegtuig terug van Egypte zat, had ik Radiohead’s OK Computer opgezet via de InFlight Entertainment. Vlak voor we landden, kwam ik bij het magistrale Lucky aan. Ik besefte me dat we precies de landingsbaan zouden raken tijdens de zin: “Pull me out of the aircrash.”. Dat vond ik wel een geinig toeval, maar groot was mijn verbazing toen het liedje een heel andere wending nam, en direct doorskipte naar “Pull me out of the lake”. Dat is toch wel vrij vergaand, als in een vliegtuig teksten over vliegtuigongelukken worden verwijderd? Weet iemand of dat gebruikelijk is? Doen andere maatschappijen dat ook? Is het een algeme policy? De landing ging overigens prima; er hoefde niemand uit wrak noch meer te worden getrokken.

Ik wil trouwens alvast mijn verontschuldigingen aanbieden voor deze klaagzang. Nou wil ik niet overkomen als een zelfverklaarde moderne Job (dat hoeft ook niet, zo hebben mijn collegas me al gedoopt), maar ik heb me ook wel een portie pech achter de rug de laatste tijd. Ik ga er verder niet over uitwijden; het volgende plaatje lijkt me afdoende toelichting:

Jaja, ik heb de Donald Duck medaille gewonnen voor pechvogel van het jaar! De directe aanleiding: ik moest een schip inspecteren in Egypte, op een Godvergeten scheepswerf ergens achter een piramide. Er was me van te voren al verteld dat de immigratiedienst van de locale haven niet erg snel handelde, dus ik moest rekenen op 2 uur vertraging aan de ingang. Ik dacht slim te zijn en een uurtje eerder te gaan. Ja, dan snap je de locale gewoontes natuurlijk niet he. Dat betekent gewoon een uurtje extra wachten. Of wacht, twee uurtjes extra. Of drie. Of … nou ja, jullie snappen het wel. Maar liefst ZEVEN UUR heb ik in een auto bij de ingang staan wachten tot de locale uniformen eindelijk vermochten een stempel in mijn paspoort te zetten. Tijdens ramadan, dus geen eten en drinken. Mijn chauffeur heeft alle Goden in alle talen verzocht, maar het mocht niet baten. Gelukkig lag het schip er nog toen ik aankwam; die had ook vertraging vanwege de fantastische werkethos die de locale bevolking eigen is. Maar met zeven uur had in elk geval het record ruim verbroken, vandaar de medaille die door de bijzonder aardige Russiche bemanning om mijn nek werd gehangen.

Verder ben ik de afgelopen tijd nog drie keer bijna dood gereden, hebben twee pasgekochte laptops het leven gelaten nadat ik net al mijn belangrijke data erop had gezet, zijn alle printers en scanners op kantoor kapot gegaan, staat al mijn huisraad nog in de UK omdat er toevallig geen schepen naar Dubai zijn gegaan de afgelopen tijd, geven Kesayas vrienden niet thuis, wordt ons huis belaagd door een genetisch gemuteerde mierenkolonie, en heeft een administratieve fout van onze salarisafdeling me bijna aan de rand van de financiele afgrond gebracht. Maar het ergste van alles, wat al het voorgaande tot kleine ongemakjes reduceert: het visum voor Fransje is afgewezen … Alles leek in kannen en kruiken, we waren al een vlucht aan het boeken en school aan het regelen voor de kleine man, en toen werden er opeens twee aanvullende eisen op tafel gelegd door het Ministerie van Immigatie. Twee onmogelijk eisen … Groot drama hier. De zoveelste zwarte bladzijde in deze zaak. Het is toch onvoorstelbaar wat de bureaucratie eraan gelegen is om een kind van zijn moeder gescheiden te houden. Wat een nare jeugd moeten deze mensen zelf hebben gehad …

Het is nog niet helemaal over; we kunnen nog rekenen op onze locale sponsor, een vrij machtige Arabier met familie op hoge plaatsen. Maar ook hij kan geen garantie geven. Tsja, en dan? Op zich kan ik dan gebruik maken van mijn afspraak met mijn werkgever: geen Fransje, geen Dubai. En dan wordt het terug naar London. Wel ironisch op zich: wat ik op dit moment niet over zou hebben om terug naar London te keren. Maar op deze manier … Nou ja, we zullen het zien. Gelukkig neemt mijn bedrijf het allemaal even zwaar op als wij, dus er wordt naarstig naar een oplossing gezocht.

Dus om een lang verhaal kort te maken: het is allemaal kut. Wat houdt ons op de been? Elkaar natuurlijk, en een fantastische Micah. Wat een mooi joch is dat toch zeg, niet te filmen! (Nee, er volgt nu geen vierendertigste filmpje van hem). Vrolijk, bijdehand, innemend, levenslustig, actief, onderzoekend … waar heeft hij dat in Godsnaam vandaan?
Hopelijk herinnert hij zich dit later als een mooie tijd. Papa en mama nog niet in elk geval. Om met Arcade Fire te spreken: wij graven tunnels. Tunnels terug naar Londen. Of waarheen dan ook, als het maar niet hier is.

Advertenties

Tijden veranderen

Terug in ons geliefde Thailand. Lekker hoor, maar een beetje anders is  het wel:

Zucht. Was het maar weer zomer 2007. En ik in Baku …

(Voor Micah, mocht je dit ooit nog eens uit een stoffig internetarchief opdiepen: GRAPJE! Papa meent het niet (helemaal …) )

(Voor Kesaya, mocht je dit ooit lezen: Schat, ik zei je toch dat die cursus Nederlands geen goed idee was. Nu moet ik in Duits gaan schrijven …)

The girl from the cornershop

Ach man! Zo veel om over te bloggen tegenwoordig! En ik moet al de openstaande lijntjes uit mijn vorige posts nog oppakken. Zo had ik jullie bijvoorbeeld beloofd te vertellen over Bhuvanesh. En jullie vroegen je vast ook al af wie de raadselachtige nieuwe dame op die ene foto was. Nou, dat is in elk geval snel beantwoord: dat is dus Bhuvanesh. En wie dat precies is, dat ga ik nu uit de welbekende doeken doen.

In Singapore deelde ik een flat met Iarla, mijn Ierse collega. Een erg gezellige en toffe kerel. Was het niet voor hem, dan was ik al eerder gillend weggelopen. We kwamen tegelijkertijd in Singapore aan om op het Bohai project te werken. Er waren nog wel meer overeenkomsten: allebei door vriendin verlaten, huis verkocht, en aan het zwerven geslagen.
Ik besef me nu pas hoeveel ik nog over mijn tijd in Singapore moet vertellen. Maar laat ik mezelf vooral niet afleiden; het ging hier over Boef tenslotte.
Iarla en ik kwamen beiden als single aan. Na mijn vakantie in Thailand waren de kaarten echter geschud. Ik had Kesaya ontmoet en Iarla Bhuvanesh. Ondanks dat ze elkaar op elke mogelijke manier duidelijk maakten dat ze geen relatie wilden, deden ze er alles aan om zich binnen de kortste keren volledig aan elkaar te binden. En zo woonde Boef reeds 2 weken later bij ons in het appartement. Ook op mijn instignatie overigens, het leek me wel gezellig. Boef heeft in tegenstelling tot Iarla een uitmuntende muzieksmaak, ze lust een hoop bier (ook in tegenstelling tot Iarla) en speelt een verdomd goed potje pool (ook in … nou ja snapt het wel). Ook qua karakter liggen we elkaar prima. Het feit dat ze graag naakt door het huis loopt heeft er verder helemaal geen fuck mee te maken.

Nou weten jullie allemaal dat ik helemaaaaaaaal niet racistisch aangelegd ben. Behalve als het gaat om Fransen, Chinezen, Kenianen, Maleisiers, Russen en Indiers. En nog een handvol andere volken idioten. En waar komt Bhuvanesh vandaan? Precies … uit India. Waar ik de smerigste 5 weken van mijn leven heb doorgebracht. Maar ze heeft net zo’n gezonde kritische houding tegen de Hindi cultuur als ik, dus dat schept een band. En we kunnen samen lachen om de Indiase stereotypen. Zoals het feit dat Indiers in het buitenland altijd een supermarktje (cornershop) hebben. Allemaal! Zonder uitzondering! Behalve Boef dan, zij is lerares Engels.

En nu is ze dus hier voor een weekje. Iarla kon helaas niet meekomen; die is ergens op de Noordpool gaten in een olieplatform aan het boren. Maar ook met zijn drietjes is het enorm lachen! Was bang dat Kesaya jaloers zou zijn, maar die vrees bleek ongegrond. Ze hebben zelfs een gezellige affectie voor elkaar opgevat. Kijk maar. Ik ben een gelukkig man 😉

Get to France (de andere versie)

Mams, paps, jullie kunnen beter de familievriendelijke (en waarheidsgetrouwe) versie van dit bericht lezen: klik hier. Voor tere zieltje misschien ook beter. En voor de rest: daar gaat ie dan …

Vroeger, toen mijn stulpje hier nog geen internetverbinding had zodat ik voor mijn vertier naar de hoeren moest (zie je wel mam! Hier klikken zei ik toch!), beleefde ik óók dingen. Het zou doodzonde zijn als ik die jullie zou onthouden. Vandaar vandaag een verhaal uit de nog niet zo oude doos.

Het begint 9 maanden geleden, tijdens mijn eerste vakantie op Samui. Toen ik die memorabele nacht mijn plichten als Kesaya’s minnaar op me nam, kreeg ik er iets bij. Gratis en voor niks. Alleen wist ik dat toen nog niet hè. Neeeeeee, dat kwam allemaal later pas. Toen de val zich al lang en breed had gesloten. En wat kreeg ik er dan wel niet bij? Een stiefzoon. En niet zo maar één, nee, één van een Franse naarling nog wel. Die Kesaya na de blije tijding pardoes verliet en naar zijn eigen ontwikkelingsland oprotte. En wat doet een Thaise vrouw in zo’n geval? Die noemt het kind dan Frankrijk. Vrouwen moet je niet willen begrijpen … Ik ben allang blij dat de verwekker niet uit Papua Nieuw Guinea kwam.

In elk geval, Kes was niet welvarend genoeg om het kind alleen op te voeden dus is dat op zijn derde bij haar moeder gedumpt. Die woont in HadYai, een stad hier niet ver vandaan dus dat komt op zich mooi uit. Wij de boot op, de bus in, taxi en zo, Hof gaat zijn stiefzoontje opzoeken. Lachen man! Zo maak je nog eens wat mee.
Wie er niet zo om kon lachen was die stiefzoon in kwestie. Ik had al begrepen dat ie een tikkeltje schuchter was en daar bleek geen woord van gelogen. Of tenminste, het woord “tikkeltje” bleek dus gelogen. Hij durfde me niet aan te kijken, geen hand te geven, geen gedag te zeggen, of uberhaupt maar een woord in mijn nabijheid uit te brengen. Zijn oma moest zijn hoofd naar me toe draaien en letterlijk zijn mond openwurmen om hem een mager “swadikrub” te ontfutselen. Op zich logisch, dat kind had 8 jaar zonder papa geleefd en nog nooit een buitenlander van dichtbij gezien. En dat komt er es een keertje één langs en dan is het nog zo’n imponerende ook! Tsja en je kent mij he. Ik las de angst in die tedere oogjes en dacht: “Mooi! Dat wordt lachen!”
Dus ik stap op dat joch af, neem hem flink in mijn armen, schudt dat trillende lijfje ietsjes te hard door elkaar en fluister in zijn oor dat ik altijd al een bastaardkind had willen hebben. Ja, niet perse een Franse, ben je gek natuurlijk niet, maar als je verder die Gaulse rotkop van je houdt kan ik daar best mee leven. En die maffe naam daar doen we ook nog wel wat aan. Kesaya kijkt vertederd toe en zegt tegen haar moeder “Goed met kinderen is ie he?”.

Ik ben bang dat het allemaal weinig hielp want er kwam geen woord meer uit het kereltje, zelfs niet in het Thais. Daar is natuurlijk ook geen reet aan dus zette ik een charmeoffensief in. Ik had ergens gelezen dat de beste weg naar een kind zijn hart dure cadeautjes zijn. Hop, gameboy gekocht. Dat ging er wel in natuurlijk, al keek die ondankbare hond me daarna nog steeds niet aan. Sterker nog, hij keek niemand meer aan want hij zat alleen nog maar in een hoekje met dat apparaat te spelen. Op zich lekker rustig. En als Kesaya en haar moeder even de kamer uit waren pakte ik het snel af om zelf even te Pacmannen. Kind was toch te bang om een kik te geven.

Maar ja, moederlief vond dat er toch wel iets meer moest gebeuren. Nou vooruit dan, naar het zwembad dan maar. Heb hem met een ferme zwier het water in gegooid. Vinden ze leuk he, die koters, een beetje ravotten. Oh, kan ie niet zwemmen. Ja God dan kan ik ook niet weten. Nou, er maar weer uit dan, opblaasbare mat gekocht. Daar durfde ie dan wel op, al ging het niet helemaal van harte. Maar hij begon een beetje te ontdooien. Als ik de mat door het water trok keek ie al niet meer of ie in de handen van een pedofiele serievekrachter was gevallen. Er was zelfs sprake van een flauwe glimlach.
Zwemmen kon ie intussen echter nog steeds niet. Veels te bang om met het hoofd onder water te komen. Buidel weer getrokken, snorkel gekocht. Hop water weer in, en: resultaat! Het ziet er nog niet uit, en het is rijkelijk laat voor een kind voor 8, maar hij kan nu zwemmen. Hier het gespartel op film. Jaja ik weet het, er is geen ruk aan maar als Kes op mijn blog kijkt denkt ze dat ik er ook trots op ben en dat betaalt zich dan hopelijk weer uit tussen de lakens.

Tsja wat moet je er verder van zeggen. Volgende week komt het kereltje langs op Samui. Hij schijnt zich er erg op te verheugen zijn moeder weer te zien, in een huis met zwembad nog wel. Zal wel even een schrok voor hem zijn als ie zich realiseert dat ik hier ook woon! MWOEHAHAHAHAHAHA!

Oh ja, die naam nog tenslotte. Dat hebben we maar even fluks veranderd in Holland. Wordt nog leuk als Kes en ooit mochten trouwen: Holland Hofland. Met zo’n naam moet je wel acteur in C-films worden!

Get to France (familievriendelijke versie)

WaiHan, Pauline, jullie kunnen beter de kindonvriendelijke (en wat sappigere) versie van dit bericht lezen, klik hier. Voor mensen die willen lachen misschien ook beter. En voor de rest: geniet van dit mooie, hartverwarmende verhaal.

Toen ik nog geen internet had, hebben Kesaya en ik een heel fijn tripje naar HadYai gemaakt. Dat was zo leuk dat ik dat jullie eigenlijk niet kan onthouden. Vooral omdat er iets speciaals gebeurde: ik ontmoette voor het eerst mijn aanstaande stiefzoon … (ik zei het je toch WaiHan, hier kan je helemaal niet tegen! Hier moet je zijn!)

Toen ik mijn lieve Kesaya wat beter leerde kennen, had ik al snel door dat ze me iets moest vertellen. Iets waar ze het een beetje moeilijk mee had. Kan ik me ook wel voorstellen. We begonnen onze relatie nogal stormachtig en voor we het wisten was het serieus. En ja, op onze leeftijd komen er dan dingen naar boven uit het verleden, dat is helemaal niets om je voor te schamen.
Ze bleek dus al een kind te hebben. Van een Franse man, die niet zo heel netjes heeft gehandeld toen hem de blijde tijding ten ore kwam. Hij keerde terug naar zijn eigen land en liet Kesaya met de nog ongeboren baby achter. Ondanks dat moet ze toch wel iets speciaals voor hem gevoeld hebben, anders noem je je kind vervolgens niet Frankrijk. Dat getuigt toch van een nobele, vergevingsrijke geest, zoals je die wel vaker bij Boeddhisten treft.

Kesaya wilde het kind graag houden, maar het is erg moeilijk in Thailand voor een moeder alleen. Gelukkig bracht haar moeder hulp, en ontfermde zich met Kes’ stiefvader over het kind. Kesaya kon dan geld gaan verdienen tot de dag dat ze haar oogappel zelf weer onder haar hoede kan nemen. Haar moeder woont in HadYai, een stad hier vrij dichtbij zodat ze het vaak kan opzoeken. En dat hebben we dus laatst samen gedaan. Ik had mijn eerste ontmoeting met het kind dat misschien wel mijn stiefzoon gaat worden. Spannend hoor!

Het bleek een adorabel joch te zijn, maar wel heel erg verlegen. Hij durfde me nauwelijks aan te kijken, of zelfs maar een Thaise groet in mijn richting te maken. Kesaya zei dat de kleine schat normaal haar de oren van het hoofd praat, maar nu kon ie geen woord uitbrengen. Zijn oma vond dat een beetje onbeleefd en probeerde hem een groet te ontfutselen, maar ik begreep het allemaal wel. Kan je het je voorstellen? Een kind van 8, nooit een vader gehad, nooit een buitenlander gezien, ziet zijn moeder maar eens per maand en dan komt ze opeens met een beetje aparte man uit een ver vreemd land aanzetten.
Ik voelde dat het kind tijd nodig had en drong verder niet al te veel aan. Na een tijdje ontdooide hij een beetje en probeerde ik wat Thaise woordjes. Hoewel ik geloof dat het niet goed is om het vertrouwen van een kind te kopen met dure cadeaus, besloot ik toch een uitzondering te maken. France wil al jaren een gameboy hebben maar zijn familie is er te arm voor. Voor mij is dat slechts een habbekrats en ik weet uit ervaring hoe dolgelukkig een kind met zo’n ding kan zijn. Dus heb ik hem er een geveven. Blij dat ie was! Niet dat die rakker me daarna in de armen vloog of zo, dat was allemaal nog te eng, maar hij kon zich wel uren vermaken en vertelde zijn mama dat ie nog nooit zo’n mooi kado had gehad. Af en toe mocht ik ook even spelen en dan keek ie over mijn schouder mee hoe ik het ervan af bracht.

Maar ja, het ijs moest natuurlijk nog wat meer gebroken, en zo besloten we met hem te gaan zwemmen. Dat klinkt voor ons Nederlanders een beetje suf, maar voor een Thais kind is dat een hele belevenis. Zoietsmaakt ie hooguit eens per jaar mee. We brachten hem naar het zwembad op het dak van ons hotel. Keek zijn ogen uit natuurlijk, die belhamel. Hij kan echter nog niet zwemmen dus het leek Kesaya een leuk idee als ik hem dat, bij wijze van bonding, eens ging leren. Dat ging in het begin nog wat moeizaam. En eigenlijk vond ik dat ie in de eerste plaats wat lol moest hebben. Dus heb ik een opblaasbare mat voor hem gekocht en hem daarop het zwembad door getrokken. Dat vond ie toch wel leuk, alhoewel hij nog steeds een beetje bang was zo alleen met mij. Maar je zag hem ontdooien, en later kwamen er zelfs wat Engelse woordjes uit die hij op school had geleerd.
De volgende dag kochten we een snorkel. France is namelijk een beetje bang om zijn hoofd onder water te houden, en dat heeft zijn zwemprogressie niet echt goed gedaan. De snorkel bleek een gouden greep. Binnen een uur zwom hij hele stukken. Kesaya was apetrots, het is voor een Thais kind van 8 immers een hele prestatie om al te kunnen zwemmen. Ik was stiekum toch ook wel een beetje trots, en legde het tafereel voor het nageslacht vast:

Volgende week komt France ons op Samui bezoeken. Misschien een beetje eng voor hem, om zijn moeder met die vreemde man in huis te zien, maar ik ben er van overtuigd dat we er een hele mooie week van gaan maken. We gaan snorkelen, zandkastelen bouwen, bowlen, naar de film, alles. Toch leuk om iets voor zo’n jongen te doen, na al die jaren zonder vader.

Maar ik moet toegeven dat ik die naam niet zo mooi vind. Maar daar kunnen we misschien verandering in brengen, wie weet als Kes en ik nog gaan trouwen. We grappen al dat Holland een leukere naam zou zijn. Misschien een beetje te apart. Alhoewel, Holland Hofland is natuurlijk een fantastische naam voor een schrijver, vinden jullie niet?

Haaien aaien

Zo, heb een manier gevonden om mijn eigen videos te plaatsen (Googlevideo). Mooie gelegenheid voor een flashback. Singapore, mei 2008. Paul en ondergetekende, onbevreesd en onversaagd als immer, springen in het Singapore Aquarium …

Dit is Paul, omsingeld door eagle rays en een school niet nader gespecificeerd zeebanket. Judith en Thijmen kijken toe vanuit de tunnel. Thijmen heeft het nog steeds over “Papa swim fish!“. Zeg, moet dat kind niet ‘ns een keer fatsoenlijk Nederland gaan leren?

Hof riskeert vingers met hongerige rog. Deze vriendelijke doch ietwat opdringerige schepsels eten kokkels, mocht dat je interesseren. Je kan ze overigens ook vastpakken, vinden ze leuk. Voelt slijmerig en zacht, heeeeeerrrrrlijk!

Sexy time! Dit zijn leopard sharks. Ongevaarlijk, maar wel geil. Een toekijkend duikertje meer of minder maakt me ze allemaal letterlijk geen fuck uit.

En ach kom, we gooien er ook nog wat fotootjes tegenaan. ’t Is maar een keer feest tenslotte.

Het dorp

Bruisend dorpsleven

Bruisend dorpsleven

Altijd leuk, beetje extremen opzoeken. En dus fluks van het heidense Pattaya naar Pak Tao gereisd, het geboortedorp van Kesaya. Een gehucht van nog geen 1000 inwoners, ergens ten zuiden van Bangkok. Zo’n durp waar ze nog dingen zeggen als: “Hei! Die is nie van hier!” en “Meid, dieje rok is veuls te kort”. Beide dingen zijn letterlijk tegen ons gezegd. (Maar dan in het Thais he, ja hehe natuurlijk, dacht je dat ze hier Brabants praten, God ik moet ook alles uitleggen, gek wordt je ervan).
In elk geval, heel andere koek dan Pattaya: geen farang, geen dames van lichte zeden, geen barretjes … Wel 4 internetcafe’s, waar de verveelde jeugd van Pak Tao deze eenzame blogger uit zijn concentratie schreeuwen.

De tocht hierheen was minder. Veel gedoe met overstappen tussen bussen en taxi’s. Het laatste stuk moest met de brommertaxi. Twee dronken idioten reden ons door het donker over godzijdank verlaten landwegen naar de bestemming. Gemiddelde snelheid: 80 km/uur. Ik had een 20 kg zware koffer balancerend op mijn knie, mijn chauffeur een blinde vlek voor potholes. Mijn ruggegraat is 20 cm verplaatst door deze rit. Gelukkig heelhuids aangekomen, en Kes vader ontmoet.

Tsja, wat moet ik over die man zeggen. Laten we het erop houden dat het een man van weinig woorden is. Erg weinig woorden … Wel beresterk. Hij is al 76 en loopt als een kievit. En dat liet ie zien ook. Overal waar we hem mee naar toe namen, rende ie er direct vandoor. Kesaya en haar familie lieten hem maar zijn gang gaan. Hij is nog helemaal in orde maar erg eigengereid. Hij woont ook nog alleen en doet alles zelf. Erg bijzonder voor een Thaise man die al 2 jaar over de gemiddelde levensverwachting is. Ik vermoed dat het komt omdat hij zijn hele leven lang niet heeft gewerkt.

De reden dat hij niet hoeft te werken, is omdat hij een groot stuk eigen land heeft. Aan elke zijde is het volgebouwd met winkeltjes, het midden wordt bezet door een allegaartje van zelfgebouwde huisjes. Hier woont de rest van de familie Saardoat, aangevuld met wat andere families die zijn aan komen waaien. Op zich had de beste man behoorlijk vermogend moeten zijn met alle huur die hij kan opstrijken. Maar om de een of andere reden kiest hij ervoor om slechts af en toe bij wat huurders langs te gaan en geld te vragen waar hij van kan leven. Sommige families betalen niets omdat ze het land intussen van henzelf beschouwen. Ik moet er niet aan denken wat een koppijn dat gaat opleveren als Kesaya dat straks moet gaan beheren.

Maar het is wel een erg romantisch plekje, heb er met veel plezier vertoefd.  Minpuntje was de herrie. Veel honden, voorbijrazende treinen en een demente of dronken beiaardier. Of tenminste, hoe noem je zo’n kerel ook al weer? Die hadden we in Nederland ook tot in de 19e eeuw. Die ’s nachts met een gong door de straten loopt en elk uur het aantal uren slaat. Dat hebben ze hier nog steeds, en een van de nachten dat wij er waren had ie een lollige bui. Een kwartier lang sloeg hij niet meer het aantal uren maar het aantal minuten. Leek wel dat stukje van Herman Finkers in Zwitserland … (alleen sloegen ze er daar nog het jaartal bij 🙂 ).

Verder viel er weinig te beleven in het dorp. Het is alleen maar bekend door de enorme potten die ze er vanouds vervaardigen. Niemand die weet wat ze ermee moeten, maar ze komen met bosjes uit de fabriek. Werkelijk overal zie je die krengen, overwoekerd door onkruid. Zo, dat zal de archeologen over 1000 jaar lekker wat hoofdbrekens bezorgen.

We hebben een floating market bezocht, altijd leuk maar mijn camera was weer eens tijdelijk stuk dus geen plaatjes van dit pittoresk gebeuren. Ook nog verukkelijk gegeten aan de MeKlong, een  indrukwekkend brede rivier. En dat was het dan weer met ons bezoekje aan Pak Tao. Kesaya vroeg nog of ik er zou kunnen wonen. Ik heb niet eens direct “NEEEEEEE!” gezegd. Heeft toch wel wat, zo’n plekje waar de tijd stil lijkt te hebben gestaan. En ik heb een persoonlijke mijlpaal bereikt in dit dorp. Dit wil niemand horen, maar ik ga het toch zeggen: … heb voor het eerst mijn billetjes, geheel op zijn Aziatisch, schoongespoten in plaats van gevogen. Jaja, goed aan het integreren!