Categorie archief: werk

Sir Hof the brave ran away, away

Ik ben altijd in voor een avontuurtje, maar een paar nachtjes in een Abu Dhabi cel is toch niet helemaal mijn ding. Dus toen er eergisteren een werk inspectie van de overheid werd aangekondigd, leek het me beter een dagje niet op kantoor te verschijnen. Ik zit hier immers op een toeristen visum en dan mag je niet werken. Mijn bedrijf is nogal laks in die dingen en denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar ik vraag me af of de altijd flexibele Arabieren daar hetzelfde over denken … ze doen zo’n inspectie niet voor niets tenslotte.

Vandaag leek de kust weer veilig, dus ik zat daarnet rustig wat te tikken achter mijn bureau, toen onze Indiase administrateur binnenkwam en wat woorden mompelde. Na ettelijke herhalingen verstonden we eindelijk wat hij zei: “Better leave. Labour inspection” (Jullie beter gaan. Werk inspectie).
Bedankt, zeiden wij, maar wanneer komen ze dan? Oh, ze zijn er nu. Ze zijn op de bovenste verdieping begonnen. Okay dan! Ehrm, ja … Maar gaan dan. Samen met een andere kerel die in dezelfde situatie zit, verlieten we haastig het pand, als kleine schuldbewuste kinderen die op het punt staan betrapt te worden een snoepje te stelen.

Een nipte ontsnapping voor onze niet-zo-dappere ingenieurtjes. Tsja. Het was vast heel interessant geweest om te zien wat er zou zijn gebeurd, vanuit een intercultureel perspectief gezien dan, maar ik breng mijn avonden toch liever in mijn hotelkamer door dan in een cel.

Een gedachte achteraf: zouden werknemers van pak-em-beet Shell of BP dat nou ook wel eens hebben, dat je ineens met de staart tussen je benen je kantoor moet verlaten? Ik heb het vage vermoeden van niet …

De puinhopen van Brits

Natuurlijk weet ik dat jullie het allemaal doen vanuit een hartverwarmende betrokkenheid aangaande mijn persoontje, maar ik moet bekennen dat ik soms toch wel moe werd van de vraag: “Wanneer ga je nou naar Dubai?”.
Ach, nu ben ik niet helemaal eerlijk. Het was niet zozeer dat ik er moe van werd, alswel dat het mij met mijn neus op de welbekende  feiten drukte: mijn leven is een lange aaneenschakeling van slecht getime en onplanbare ontwikkelingen. Ongetwijfeld deels mijn schuld, als gezonde Hof zijnde heb ik nou eenmaal last van nestelvrees, maar deels ook de schuld van de ongeorganiseerde puinhoop die de Britten hun maatschappij noemen.

Laat ik ter zake komen. Waarom kon ik die ogenschijnlijk simpele vraag over Dubai nou steeds niet beantwoorden? Omdat ik ten eerste echt geen idee had, en ten tweede omdat niemand het mij kon of wilde vertellen. Ik heb herhaaldelijk ons management aangespoord om een plan voorwaarts op te stellen, vergaderingen proberen te beleggen, office managers in Dubai proberen aan de lijn te krijgen, emails uitgestuurd, maar alles met nul resultaat. Mijn collega John, die met me mee zal gaan als marketing manager, had last van hetzelfde euvel. Het enige dat we te horen hadden gekregen is dat we wat documenten moesten opsturen voor onze werkvisum aanvraag en dat we het dan wel zouden horen. Maar we moesten wel zo snel mogelijk naar Dubai komen, want er moesten dollars binnengesleept worden.

Twee weken geleden barstte de bom toen bleek dat John andere eisen qua documentatie waren voorgelegd dan mij. Zo was mij verteld dat als er ook maar iets mis is met de papieren, zoals bijvoorbeeld de verkeerde rood in de kleurencopie van je paspoort, de hele visumaanvraag doodleuk wordt afgewezen en je overnieuw kan beginnen. John daarentegen, was slechts om een zwart-wit kopietje gevraagd. Hij had daarop  een brandbrief gestuurd naar onze hoogste pief in het Midden Oosten, en die antwoordde doodleuk met de nauwelijks verkapte beschuldiging waarom John niet de goede documenten had ingeleverd. Je moet het lef maar hebben. Gelukkig is alles op email vastgelegd, dus die strijd wint John wel, mocht het zover komen.
Een groter probleem voor hem is dat hij zijn huis al heeft verhuurd en zijn spullen binnenkort worden verscheept. En hij heeft een gezin met twee kleine kinderen. Niemand kan hem vertellen wat nou de status van zijn aanvraag is op het moment, maar dat het nog een tijd zou gaan duren was wel duidelijk. Treurig. Ikzelf had dit wel zien aankomen, dus ik had nog niks opgezegd. Maar intussen gold ook voor mij dat ik geen idee had wat er aan de hand is. Heel kwalijk ook dat niemand me kon vertellen of Fransje nou mee kan of niet. Zoals jullie weten, een teer punt in Hofs hartje.

Nu ik dus twee weekjes in Dubai ben om de boel te verkennen, leek het mij tijd voor harde antwoorden. Probleem: vrijwel niemand op ons kantoor. Geen secretaresse, geen office manager, geen adminstrateur, geen hoge Midden Oosten pief. Het heeft me uiteindelijk vijf dagen gekost om iemand te pakken te krijgen die van toeten en blazen wist: een speciale Arabische tussenpersoon die voor ons bedrijf de papieren regelt (zelf mag je als Westerling niets doen, een deel van dit hele ontransparante probleem). Eindelijk werd me de procedure uitgelegd en verteld welke documenten we moeten overleggen. Het bleek dat wat ik twee maanden geleden had ingestuurd is goedgekeurd. Niet dat dat betekent dat de aanvraagprocedure in werking is gezet. Nee, natuurlijk niet. Want daarvoor was de toestemming nodig van Julia, onze secretaresse. En die had dat niet gegeven. En ze was al weken weg. En hoe zat het met de procedure voor John? Geeeeeeeen idee. Daar had Julia niets over doorgegeven.

Nou, lekker allemaal. John maar even gemaild over het hoe en wat en dat het probleem nu bij Julia lag.  Een kleine anecdote tussendoor om maar even aan te geven wat voor fantastisch georganiseerd bedrijf wij zijn: ik mailde John via onze intranet-contacten-database. Ik had het mailtje feitelijk en netjes gehouden en gelukkig maar. Vijf minuten later kreeg ik namelijk een mailtje terug van die bewuste Julia. Ze bedankte me dat ik haar ook op de hoogte hield en verontschuldigde zich voor het hele gebeuren maar het kwam omdat haar vader was overleden en omdat de Midden Oosten baas had gezegd dat hij het allemaal wel zou regelen. Ik snapte er geen reet van, hoe kon zij dat mailtje nou hebben gekregen? Geloof het of niet: het bleek dat in een absurde speling van het lot, per ongeluk haar emailadres bij John’s naam stond gelinked in onze database. En ze hebben dezelfde initialen, dus ik kon dat niet eerder zien. Maar wat was ik blij dat ik niet een van mijn gebruikelijke woedeaanvallen op dat mailtje had losgelaten, iets wat ik normaliter doe als iemand zo’n fout maakt  …

En nu? Nu gaat Julia dus eindelijk onze aanvragen starten. En gaat het nog minimaal 6 weken duren. Ik blijk straks nog wat papierhandel uit Thailand nodig te hebben voor Fransje, dus heb ik daar mooi tijd voor. Goed nieuws: de agent had gezegd dat er in principe niets in de weg stond om Fransje een visum te geven voor Dubai! Zo lang als zijn achternaam maar die van Kesaya is en we zijn geboorteakte hebben. Laten we dat nou juist in onze Kafkavakantie (dit woord heb ik gepatenteerd overigens) hebben weten te regelen. Hoera hoera hoera!

Voor John is het allemaal een beetje naar, die moet nu in een caravannetje gaan leven de komende maanden. Maar ach, dat is leuk voor zijn kindertjes, die zijn vast dol op een beetje avontuur. En het is bijna zomer, dan is het best goed vertoeven in de Britse buitenlucht. Ik kom hem af en toe wat brood brengen, zo ben ik ook wel weer.

Mannenwerk

In het kader van mijn fris begonnen rijlessen moest ik deze week naar Ravenna, ervaring opdoen met  achteruit inparkeren. Van een Living Quarter, dan wel te verstaan.

Om deze post een beetje leesbaar te houden voor de niet-offshore ingenieurs onder ons (statistieken wijzen uit dat mijn blog door 93% onwetenden wordt bezocht), zal ik er niet al te diep op in gaan. En zo moeilijk is het allemaal niet, tenslotte. Kijk, dit is het ding:

LQ1

En daar moet ie op.

LQ2

Dat ding is dus een Living Quarter (LQ), oftewel een gebouw waar arbeiders in gaan verblijven op zee. Dat ding waar ie op moet is een drijvende bak. Die gaat de LQ naar een plek op zee brengen, waar een kraanschip het dan vervolgens op een platform zal hijsen. Maar daar zijn we nog niet. Nu gaat het erom dit stuk staal van een slordige 400 auto’s zwaar op die bak te krijgen. En dat doen we door middel van een trailered load-out. Op z’n nonsjoors: we brengen hem op karretjes.

Hele mooie techniek, die karretjes moeten uiteraard zo synchroon mogelijk rijden anders vallen dingen om en dat willen we niet. Bovendien moet elk wiel onafhankelijk van de ander omhoog en omlaag kunnen bewegen, om oneffenheden in de ondergrond te kunnen compenseren. Er is 1 kerel die dat allemaal aan mag sturen, die man met het portable dashboard op de eerste foto hieronder. Omdat het op de scheepswerf nogal vol stond met allerhande zaken, moest hij het gevaarte via een paar nauwe bochten op de bak zien te sturen. Je zou je dus kunnen voorstellen dat je een auto met 24 wielen achteruit probeert in te parkeren. Het ging allemaal echter erg gesmeerd. Gelukkig maar, anders had ik een probleem gehad. Gedoe ook altijd.

LQ3LQ4
LQ5
LQ6
LQ7
LQ8
LQ9
LQ10

Hof in Kotka

Het kan bijna niet anders of dit is de depressiefste plek waar ik ooit geweest ben. Kotka. Wat een kolere-gat. En dan is mijn onvrijwillige verblijf hier ook nog eens met twee dagen verlengd.

Reeds eerder meldde ik dat mijn hotel geen overdadige luxe biedt . ’s Nachts rennen er dronken Russen (Esten? Letten? In elk geval behept met een nare tongval)  door de gangen, schreeuwend en ruziemakend, en ik ben te laf om mijn bed uit te komen om erKotka1 iets van te zeggen. De receptie bellen om te klagen gaat niet; de telefoon op mijn kamer uit slechts enkele vage piepen.
Overdag probeer ik Kotka een kans te geven. Kotka heeft dat nou niet bepaald met beide handen aangegrepen. Hier is de mooiste foto die ik van dit gehucht heb weten te maken. Op zich gaat dat nog, leuk parkje met waterval enzo. Kotka2Maar het grootste gedeelte van de stad ziet eruit zoals op foto 2. En dan zijn deze gebouwen nog leuk rood. De meeste zijn namelijk grijs. Zoals de lucht. Het zou volop lente moeten zijn, maar daar doen ze hier niet aan. Er waart al enkele dagen een herfststorm door de straten die het ergste doet vermoeden voor enkele maanden verder in het jaar.

De mensen wonen hier omdat ze ook niet anders kunnen vermoed ik. Voornamelijk bejaarden die zich voortbewegen met Nordic Walking sticks. Geen kinderen op straat, slechts wat verveelde pubers. Een opmerkelijk verschijnsel is dat in elke winkel gokautomaten staan. Midden in een supermarkt of een bakkerij staan hier doodgewoon fruitautomaten. En allemaal steevast bezet. Veel meer is hier niet te doen. Aan de kassa’s zie je verweerde echtparen drank inslaan, teneinde weer een avond in deze uithoek door te komen. Wat zijn de mensen trouwens lelijk hier; het gros ziet eruit alsof ze zijn voortgekomen uit een mislukt eugenetisch experiment.

Nou ja, het mag duidelijk zijn: ik zit hier niet voor mijn plezier. Morgenochtend vroeg moet ik me in de haven melden, om die 272 pijpen uitgeladen te zien worden. 20 per uur, zo is me verteld. Geen idee wat ik precies moet controleren. Boeit geloof ik niet, als ik aan het eind maar een formuliertje onderteken. Grrrrrrr … En dat kost me dan een avondje kostbare kwaliteits-tijd met WaiHan en consorten. Hopelijk halen we dat zaterdag dubbel en dwars in.

Silmälääkäripanvelut

En daar zit je dan ineens in Kotka, Finland. Niet geheel vrijwillig, maar daar meer over zo. Finland klinkt leuk, mooi en spannend. Bovendien ben ik altijd in voor nieuwe plaatsen, nieuwe landen, nieuwe mensen, nieuwe dingen. Maar dit oord hier … ik heb het idee in een stukje voormalige Sovjet Unie te zijn terechtgekomen waar ze zijn vergeten de Perestroika te komen melden. Behalve het inademen van de troosteloze sfeer is hier verder geen fuck te doen, zo op het eerste oog. Alhoewel een met een rood gordijn afgesloten etalage met daarop de woorden “Thais-Finse vriendschapsrelatie instituut” dan wel weer uitnodigend aandoet.

Nou weet ik om eerlijk te zijn niet zeker of dat er ook werkelijk stond, ik ben bepaald geen meester in het Fins en moet maar wat raden met al die megamultisyllabele letterwrochten. Alsof je in een clip van Sigor Ros bent verdwaald. Wat moet je bijvoorbeeld met het woord uit de titel? Van een winkelruit geplukt. En wat doe ik als er hier vuur uitbreekt? Waar is in godesnaam de “merkittyjä poistumisreitteä äaytäen” die staat aangeduid op het nooduitgangsbordje? Of is dat iets wat ik moet doen? Of juist vermijden?

Her ergste van alles is echter nog het hotel. Ik zit hier in de depressiefste hotelkamer die ik ooit buiten India heb mogen beslapen. Een pijpela; maar net iets groter dan mijn hal thuis. Ik kan nog net zonder spagaat te maken op de WC zitten. Een schamel eenpersoonsbed staat mijn allenige status nog even extra te benadrukken. Mijn uitzicht wordt gevormd door een rijtje bomen die de strijd tegen zure regen reeds lang hebben verloren. Erachter een parkje voor de plaatselijke, nu al obese hangjeugd, en daarachter weer enkele non-descripte flatgebouwen. Het centrum van fucking Kotka. En hier moet ik nu drie dagen blijven wachten.

Maar hoe ben ik hier terechtgekomen? En waarom? Daar is een kort en bondig antwoord op, en dat luidt: werk. Er is ook een langer antwoord op, en dat heeft te maken met indecisieve bazen, de falende Engelse “overleg”-cultuur, een zekere lafheid aan mijn kant en een simpelweg gebrek aan surveyors. In elk geval, toen ik in Bremen zat gisteren kreeg ik een telefoontje of ik ook even door kon naar Finland om hetzelfde schip dat ik net had ingeladen zien worden met 272 fuckin saaie pijpen ook weer uitgeladen te zien worden. Gezien de klucht die langzaam is ontstaan omtrent mijn persoontje en mijn accountability binnen het bedrijf, leek het me raadzamer geen nee te zeggen.

Nou is dat allemaal op zich nog niet zo’n ramp, zolang ik maar op tijd terug ben in London om mijn hooggeeerde bezoek dit weekend te ontvangen. En een paar daagjes andere omgeving is tenslotte altijd leuk. Alleen dan niet deze omgeving. Heb ik daar potverdorie 10 uur voor gereisd (ja: Bremen-Kotka kost 10 uur: tram naar station Bremen – trein naar Hamburg – tram naar vliegveld – vliegtuig naar Helsinki – bus naar treinstation – trein naar Tuvallau – bus naar Kotka). Begin zowaar nog bijna het nut van een rijbewijs in te zien ook. Maar dat is weer een ander verhaal. Nu ga ik duur Fins bier drinken. In mijn eentje. In de hotelbar, want iets anders is er geloof ik niet. Of ik moet eens kijken of de Thaise dames in het eerdergenoemde etablissement ook vriendschappelijk banden met niet-Finnen willen aangaan …

Beveiligd: Eens iets anders dan dat eeuwige gewerk

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Beveiligd: Eens iets anders dan dat eeuwige gesex

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in: